Ik zag de hel in de ogen van een meisje

God zag bij haar geboorte dat het goed was.

16, 17 of 18 jaar later zag ik het kwaad.

Wat eens het bewijs was van Gods magnifieke scheppingskracht, was nu het bewijs van de vernietigende kracht van het boze.

Of ik in een hel geloof?

Absoluut.

Ben er vorig jaar nog geweest. Toen ik in de rosse buurt van Mumbai liep. Ik zag de hel in de ogen van een meisje die ik aan de kant van de straat bijna omver liep.
Haar ogen waren leeg. Het sprankelende licht dat elk kind bij geboorte wordt gegeven, was bij haar gedoofd. Zij leefde waarschijnlijk al een tijd in deze hel. Een hel waarin zij dagelijks werd verkracht door mannen die haar niet zagen zoals zij was bedoeld.
Geen waardevol mens, maar een gebruiksvoorwerp.
Geen meisje om een leven lang te koesteren, maar een lichaam om in een paar minuten te bevuilen.
Geen mooie bruidsjurk, maar een laken om de smerigheid mee af te vegen.

Ja, ik geloof in de hel.

Ook geloof ik in Jezus. Dat Hij deze hel in de ogen keek. En overwon. Dat hij een nieuw Koninkrijk begon. Een Koninkrijk waar wij – hoe onvoorstelbaar ook! – deel van uit mogen maken. Door recht te doen. Want dat is volgens mij de kern van dit Koninkrijk. Een wereld waarin we zijn zoals we bedoeld zijn en waar wij anderen zien zoals Hij ons heeft gemaakt.

In de straten van Mumbai zag ik de hel. En ik zag stukjes van het Koninkrijk. In de bewogen ogen van de mannen en vrouwen die zich dagelijks inzetten om meisjes te bevrijden uit de hel waarin zij leven.

Beeld: Horizon