Voorpublicatie | Het voelt echt goed

 

Voorpublicatie

Waar mensen geweld verkondigen of uitsluiting rechtvaardigen, heb je een slechte aan me. Dan gaat mijn innerlijk alarm af. maar dat alarm gaat ook af  als we onszelf voor de gek houden met woorden die geen recht doen aan de complexe werkelijkheid waarin we leven. We hoeven de tv of radio maar aan te zetten om steeds dezelfde gemakkelijke oneliners te horen, onafhankelijk van iemands persoonlijke overtuiging: oneliners waarmee de verbinding met de werkelijkheid zoals die zich op dat moment aan­ dient, wordt platgepraat. Het gaat dan veelal om algemene zinnetjes of vragen die verwijzen naar de beleving of de individuele biografie, en die diepgang en authenticiteit suggereren: Wat raakte je? Wat dreef je? Kon je wel jezelf zijn en voelde het goed? Het is taal die we allemaal begrijpen, tot welke God we ook bidden.

Het valt mij op dat dit gedeelde feelgood-taalveld nauwelijks wordt gesignaleerd, laat staan bekritiseerd. Ik ben van mening dat onze tijd erom schreeuwt dat we de diepte van gangbare levens­beschouwelijke oneliners peilen. En ik ben zo arrogant om dat dan ook maar te doen. Al moet ik ook schuld bekennen. Ik ben een kind van mijn tijd. En in mijn spreken over zin en oorsprong bewandel ik ook gemakkelijke gebaande paden. “Het voelt goed”, flapte ik eruit toen ik de locatie voor de nacht van de Theologie in 2013 voorlegde aan medeorganisator Monique Slingerland, redacteur bij Trouw. Ik was toen betrokken bij de organisatie. Ze keek me wat meewarig aan en zei: “Dat zeggen ze ook bij Boer zoekt vrouw”. Ik kan het blijkbaar ook niet laten. ‘Het voelt goed’ verwijst naar onze behoefte om niet van­ uit het luchtledige te leven, maar vanuit een veilig centrum dat het leven richting geeft en ons bestaan kan ordenen. ‘Het voelt niet meer goed’ is misschien wel dé reden om relaties te verbreken, ander werk te zoeken of op zoek te gaan naar een nieuwe God.

Nu hoor ik dat zinnetje zo vaak dat het me soms op de zenuwen werkt. Bovendien wordt ook nog eens verwacht dat we laten zien wat we voelen. Er is in dit opzicht echt sprake van een kentering in onze samenleving. Tijdens een bijeenkomst in De Balie in 2013 over jonge generaties en religie bracht Trouw­journalist Gerrit­-Jan Kleinjan naar voren: “Gingen in de jaren vijftig mensen naar de dokter voor een pilletje om vooral niet in snikken uit te bar­sten tijdens een begrafenis, tegenwoordig is precies het omgekeerde het geval. We willen tranen zien bij een begrafenis. Daar gaat het om”. Dat individu dat onze tijdgeest zo domineert, houdt dan ook van hef­tig; en een boodschap moet met veel prikkels worden gebracht, anders ‘komt het niet binnen’.

‘Horen, zien en zwijgen’ was het adagium van mijn groot­ouders. Het is vervangen door ‘voelen, genieten en geraakt worden’. Maar met ‘kijk of het goed voelt’ kom je meestal niet veel verder als het leven ingewikkeld wordt. Wanneer iemand mij dit soort goede raad geeft, hoe lief ook bedoeld, heb ik meestal toch de indruk dat die persoon mij niet hoort, niet echt met mij op de bodem van de put wenst te zitten. En dat ik gedirigeerd word in de richting van geluk en voorspoed — terwijl de uitdaging van het leven op dat moment ergens anders ligt.

Vanaf de jaren zestig heeft het ‘goed voelen’ zich stevig genesteld in onze spirituele cultuur, en dit heeft een belangrijk gevolg gehad voor de waarde­ring van religies: in onze tijd is niet de theologische doctrine maar de persoonlijke ervaring de vindplaats van het geloof. Een theologische doctrine is namelijk iets dat anderen aan jou opleggen. Ervaring daarentegen is geloofwaardig omdat dit het individu zelf als bron heeft. Als ik zeg hoe fijn ik het dogma van de Drie-eenheid vind, dan zullen de meeste mensen me glazig aanstaren. Maar pas als ik vertel over bepalende ervaringen uit mijn leven — de dood van mijn vader, mijn eerste liefde — en zeg dat dat spirituele momenten waren, zijn mensen bereid om te luisteren.

Het lijkt voor ons heel vanzelfsprekend om geraakt worden en voelen in verband te brengen met spiritualiteit. Toch is hier sprake van een majeure verandering in onze spirituele cultuur, die nauwelijks wordt opgemerkt. Eeuwenlang draaide spiritualiteit niet om een ‘gevoelsorgasme’, maar om redding van de ziel. Het christendom had in onze cultuur een uniek aanbod, namelijk: eeuwig leven. Tegenwoordig is deze gedachte teruggedrongen tot de orthodoxe stromingen in het christendom. De mainstream spiritualiteit, religieus en seculier, draait niet meer om de ultieme redding of een plaats in de hemel. ‘Redding’ is vervangen door ‘geraakt worden’. Wie geraakt wordt, wordt beloond met gevoel. Gods unique sellingpoint, namelijk de belofte van eeuwig leven, is vintage geworden.

Voorpublicatie uit: Tom Mikkers: Het voelt echt goed. Spiritualiteit van de verdraagzaamheid. Boekencentrum uitgevers, Zoetermeer. ca. €8,95 Dit boek verschijnt medio september 2014

Foto: Harry Pherson