Jakob: voorbij de religieuze bravoure

‘Jezus is Heer, in Zijn Naam is alles mogelijk!’. ‘Ik ben een ander mens geworden, vrij en krachtig!’. ‘Niets staat ons meer in de weg, nu we vertrouwen op God!’ Wie een poosje meeloopt in christelijke kringen, kent dit soort teksten maar al te goed. Stoere en krachtige mantra’s, zelfbevestigende uitspraken. We vertellen onszelf dat wij nu eindelijk onszelf overeind kunnen houden. Dankzij God, uiteraard, maar toch. Hij zal ons immers niet loslaten? Scherp zien we de zin van alles, nu kennen we onze eigen plek in het grote verhaal van God. We kunnen los.

Totdat, zomaar ineens, de kracht uit ons wegvloeit. Pijn en verdriet raken ons uit onverwachte hoek. De zinnen die we eerst nog als schild ophieven, lijken van stro en verwaaien in de wind. We voelen ons zwak en de wereld voelt willekeurig. En God? Met onze woorden lijkt ook zijn bestaan op te lossen in een bizarre werkelijkheid.

Veel verhalen in de Bijbel gaan juist over deze ervaring. Neem nou Jakob, de ‘aartsvader’ van het Joodse volk en de geestelijk vader van de christenen. Hij is bij uitstek iemand die graag God voor zijn karretje spant. Jakob wil vooruit in het leven, hij is ambitieus. En hij is listig. Waar het even kan haakt hij zijn opponent pootje, als die even niet oplet. En als het noemen van God hem helpt bij zijn ambitie: graag.

Jakob werkt veertien jaar voor zijn oom Laban in het noorden. Maar als zijn vrouw Rachel een zoon krijgt, besluit Jakob dat het tijd is om te vertrekken. Vol bravoure loopt hij naar zijn oom om ontslag te nemen. Hij wil voor zichzelf aan de slag. Hij wil terug naar het land waar hij vandaan komt. Het land dat God aan hem beloofd had. En dat deelt hij mee aan Laban. Maar Laban is niet onder de indruk van deze branie. Hij kijkt Jakob spottend aan: ‘En wat dacht je dan precies mee te kunnen nemen? Volgens mij bezit jij niets’. Deze twee zinnen maken Jakob krachteloos. Zijn bravoure loopt stuk op de harde realiteit van Laban. Jakob weet niets meer te zeggen, en legt zich neer bij nog eens zes jaar slavenwerk. Totdat God spreekt.

In het boek ‘De Manipulator’ volgen Rikko Voorberg en ik het leven van aartsvader en aartsbedrieger Jakob. We doen dit door ons met hem te identificeren. We gaan niet op zoek naar hoe we, met Jakob als voorbeeld, zouden móeten handelen, maar hoe we, met Jakob als spiegel, meestal daadwerkelijk handelen. Wij herkennen ons in zijn bravoure en ambitie. Maar we herkennen ons ook in zijn lafheid en nederlaag. En we zijn er, al lezend, van overtuigd geraakt, dat werkelijk geloof dan pas begint. Geloven bestaat niet in de bravoure van geloof en vertrouwen, maar in wat daarna komt. Geloven begint daar waar onze religieuze bravoure is uitgewerkt en we helemaal opnieuw moeten beginnen.

Martijn Horsman en Rikko Voorberg. De Manipulator. Oerlessen in winnen en verliezen. Amsterdam: Ark, 2014. 176 p.

Vrijdag 3 oktober a.s. is de officiële lancering van het boek op het festival Mani Fest. Hier dagen we je uit tot een Jakobitische worstelwedstrijd en kun ook je manipulatie-skills oppoetsen in een stoomcursus  ‘Leren Manipuleren’. Verder zijn er schrijfworskhops voor mensen die ook wel eens wat willen schrijven en speelt theatermaker Karsten de Vreugd een stand-up-Jakob-show. Met DJ Joost, chefkok Jake, barista Floris en muziek van singer-songwriters Elenne May en Klezmerduo Holandestinos is het festival compleet. Entree is gratis. Van harte welkom.

Mani Fest – vrijdag 3 oktober, 16:30 @ A-Lab (Overhoeksplein 2, Amsterdam-Noord).
Voor meer informatie kijk op: www.demanipulator.nl