De wonderbare spijziging anno 2014

Ze versloeg als journalist de strijd in oorlogsgebieden. Tijdens haar werk ontdekte ze dat de meeste mensen, hoe weinig ze ook hadden, altijd probeerden hun voedsel met elkaar te delen. Ze leerde in die periode de meest verschrikkelijke dingen eten. Op het moment dat ze een relatie krijgt en zwanger is keert ze terug naar haar stad San Francisco, om zo haar dochter veilig groot te brengen. Ze leert koken, gaat werken in verschillende restaurants en komt opnieuw in aanraking met de waarde van voedsel. Zo maar, op een gewone dag, loopt ze een kerk binnen. Ze wordt uitgenodigd om mee te doen met het avondmaal. Ze eet een stukje brood en drinkt een slokje wijn. Op dat moment gebeurt er iets met haar. Het is alsof Christus in haar tot leven komt.

Sara Miles, kind van twee atheïstische ouders en kleinkind van zendelingen, ontdekt door het eten van brood en het drinken van wijn de boodschap van Jezus. Ze verstaat die als: ‘voed mijn wereld’. De kerk waar ze naar binnen is gelopen is klein, vrolijk en creatief. Het is een typische middle-class ons kent ons kerk. Maar wel een kerk die weinig feeling heeft met de wijk waar ze in staat. Een wijk vol armoede, bendeoorlogen, drugs, ziekte en ellende.

Sara is een gepassioneerde ondernemer en binnen mum van tijd wordt de kleine kerk één dag per week omgebouwd tot voedselbank. Plotseling komen er Russen, Italianen, Chinezen, moeders, kinderen, gangstertieners, daklozen en psychisch verwarde ouderen de kerk in.

Dat ene moment waarin Sara een stukje brood en een slokje wijn nam, leidde ertoe dat nu zo’n 600 mensen iedere week goed en gezond kunnen eten. Als je Sara’s hele verhaal wilt weten, lees dan haar boek ‘Take this bread’ Het is voor iedere middle-class gelovige boeiend om te lezen en om op te reflecteren. Ik eindig deze blog daarom graag met een fragment uit haar boek.

“Een van de vrijwilligsters kwam naar me toe met een grote boodschappentas met daarin zoals ze zei “een geheim”. Ze keek telkens behoedzaam om zich heen en vroeg me de keukendeur te sluiten. Toen vertelde ze dat haar vriend, die haar regelmatig in elkaar sloeg, had aangekondigd haar te gaan vermoorden. “Ik dacht, het lijkt me beter als deze verdwijnt, en de kerk is vast een veilige plaats ervoor”, zei ze terwijl ze een enorme revolver tevoorschijn haalde. Een moment keek ik haar geschokt aan. Toen realiseerde ik me; ‘ja, hier is de kerk voor. Een plaats om een lelijk, beangstigend geheim naar toe te brengen’. Ik pakte de revolver en verborg hem in een koekblik. De vrijwilligster vertrok naar een andere stad om bij haar zuster te gaan wonen om zo te voorkomen dat haar vriend haar zou vermoorden. Een maand later vertelde ik het aan onze pastoor. Hij schrok zichtbaar. Samen hebben we de revolver naar het politiebureau gebracht. We logen dat we hem gevonden hadden in de tuin van de kerk.”