Het brandt in mijn zak!

‘Het geld brandt hem in de zak’, dat is een uitdrukking die mijn moeder bezigde als iemand geld op zak had en niet kon wachten het ergens aan uit  te geven. Niet aan iets waarop al lang werd gewacht, nee er was geld en dat moest worden gespendeerd.

Het is mij ook niet vreemd, ook ik geef graag geld uit. Maar er brandt nu iets anders in mijn zak. Op 11 juli ontving ik de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten (ESCR). De Protestantse Kerk Nederland (PKN) heeft namelijk een klacht ingediend bij dit comité tegen de Nederlandse Staat vanwege het onthouden van voedsel, onderdak en kleding aan (uitgeprocedeerde) asielzoekers. De PKN heeft gesteld dat dit een schending van de menselijke waardigheid van deze mensen is; en dus een schending van het Europees Sociaal Handvest maar ook van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

En nu heb ik dus de uitspraak en hij brandt in mijn zak. Maar ik mag er niets over zeggen, want  de uitspraak is vertrouwelijk tot 10 november 2014. Deze regel is er zodat de overheid maatregelen kan nemen, voor het geval dit aanbevolen is, zodat ze voldoet aan de eisen van het comité.

De staatssecretaris gebruikt deze tijd vooral om mensen zand in de ogen te strooien. Hij stelt dat er pas een uitspraak is als er een resolutie door de Raad van de Europese Unie wordt aangenomen. Maar ik zei het al, dit is zand in de ogen strooien. Er is een uitspraak, genomen door het ESCR, daartoe is dit comité door Europa in het leven geroepen. Een resolutie door de Raad van de Europese Unie is een antwoord op die uitspraak, maar de uitspraak blijft staan. Ik heb de uitspraak, en hij brandt in mijn zak. Media, kerken, politieke partijen, iedereen wil dolgraag weten wat de uitspraak is, en dat verhevigt het branden in mijn zak. Straks op 10 november zullen we deze uitspraak met iedereen delen, nu moet hij nog even in mijn zak blijven branden.