Hopen op de goede God, uit liefde voor de ander

Stel dat het béste van wat de bijbel te bieden heeft, niet over ons gaat maar over degenen van wie wij houden. Stel dat de God van de bijbel het liefst de verlangens vervult van degenen die met heel hun hart het herstel van anderen beogen. Ze lijden aan het leed van deze anderen en doen wat ze kunnen om hen terzijde te staan, maar ze stuiten op hun eigen onvermogen en het onvermogen van de hele mensheid. Niemand blijkt in staat deze medemensen volledig tot bloei te brengen. En het doet hen pijn, en nu vestigen zij hun hoop op God. Alles in hen bidt om het herstel van degenen die zij liefhebben. Alles in hen hoopt dat God zal doen wat zij niet kúnnen doen. En stel dat precies dit de hoop is waarop God het liefst een antwoord wil zijn.

 

Geloof, religie, spiritualiteit en aanverwante zaken komen er dan heel anders uit te zien. Van God ervaren als doel op zich, of God gunstig stemmen om allerlei onheil af te wenden, is geen sprake meer. Wat overblijft is de liefde van de één voor de ander, en het hopen op de goede God omdat men van deze wereld houdt, omdat men van die ene ander op aarde houdt, omdat men van vogels, vissen, koraalriffen, ijsberen of chimpansees houdt — oftewel, omdat men het niet kan velen dat het leven op aarde niet voor de volle honderd procent is wat het zou kunnen zijn.

Goed of slecht nieuws?

 

Beeld: Evan Leeson