De comeback van het gebed (2): de profetie van Bonhoeffer

Jezus‘ volgelingen sloten zich na zijn hemelvaart op in een bovenkamer om te wachten en te bidden. En toen kwam de Geest.

In 1944 schreef een andere navolger van Jezus, Dietrich Bonhoeffer, vanuit zijn gevangeniscel een brief aan de baby van een vriend, ter gelegenheid van zijn doop. Bonhoeffer schreef vanuit het besef dat (grote delen van) de kerk gefaald hadden in hun houding ten opzichte van een overduidelijk kwaad. Vanuit dat falen blikte hij de toekomst in en zag hij een post-christelijk Europa, waar de kerk slechts een rol in de marge te vervullen had. Die rol zou bestaan uit drie elementen: bidden, wachten en goed doen.

Bonhoeffers woorden klinken nu, zeventig jaar later, als een (deels nog onvervulde) profetie:

“Je wordt vandaag gedoopt tot christen. Al de grote en oude woorden van de christelijke verkondiging worden over je uitgesproken en het doopbevel van Jezus Christus wordt aan je voltrokken zonder dat je er iets van begrijpt. Maar ook wij zelf moeten ons weer bezinnen op de basiselementen van ons kennen. Wat betekenen: verzoening en verlossing, wedergeboorte en Heilige Geest, liefde voor de vijand, kruis en opstanding, leven in Christus en navolging van Christus?

Deze begrippen liggen zover van ons af, dat we er bijna niet meer over durven spreken. In de overgeleverde woorden en handelingen vermoeden wij iets volkomen nieuws, iets revolutionairs, maar we kunnen het nog niet bevatten of onder woorden brengen. Dat is onze eigen schuld. Onze kerk, die deze jaren alleen gevochten heeft voor zelfbehoud alsof ze een doel was op zich, is niet in staat het  verzoenende en verlossende woord te brengen aan de wereld en de mensen.

Daarom moesten de oude woorden wel hun kracht verliezen en verstommen. Ons christen-zijn zal in deze tijd bestaan uit slechts twee elementen: bidden en onder de mensen het goede doen. Elk denken en praten en organiseren van christenen moet herboren worden uit dat bidden en dat doen.

Tegen de tijd dat jij volwassen bent, zal de gedaante van de kerk sterk veranderd zijn. De kerk is nog in de smeltkroes. Iedere poging om haar voortijdig weer een machtige organisatie te geven, zal een vertraging betekenen in haar verandering en zuivering. Het is niet aan ons de dag te voorspellen – maar die dag zal komen – dat er weer mensen geroepen worden om zo Gods Woord te spreken dat de wereld er onder verandert en zich vernieuwt. Het zal een nieuwe taal zijn, volkomen a-religieus misschien, maar bevrijdend en verlossend als de taal van Jezus; de mensen zullen ontsteld zijn maar zich gewonnen geven aan haar kracht; een taal van nieuwe rechtvaardigheid en

waarheid, een taal die de vrede verkondigt tussen God en de mensen en de nabijheid van zijn Rijk. ‘Zij zullen zich verbazen en verwonderen over al het goede en het heil, dat Ik aan haar doe’ (Jer. 33:9). Tot die tijd zal de taak der christenen verborgen zijn en stil, maar er zullen mensen zijn die bidden en het goede doen en wachten op Gods uur. Ik hoop dat jij een van hen zult zijn en dat eens van jou gezegd zal worden: ‘Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volgende dag’

(Spreuken 4:18, de bijbel)”*

 

Het citaat is o.a. te vinden in de boeken ‘Verzet en Overgave. Brieven en gedachten uit de gevangenis‘ en ‘Dietrich Bonhoeffer: zijn leven in beeld.’ (auteur: Christian Gremmels)

 

Misschien is die tijd eindelijk aangebroken, een tijd waarin de kerk leert te leven in de marge en zich, in haar proces van zuivering, gaat focussen op goed doen en bidden en wachten? Ik verlang naar de dag dat het zover is: dat in een nieuwe taal die oude en grote woorden zullen herleven.

Ik doe mijn best. Ik wacht. En ik bid.

 

Lees hier deel 1 van dit blog ‘De comeback van het gebed (1): enkele persoonlijke gedachten’.