Self love junkie

We hebben het over self love junkies: mensen die verslaafd zijn aan zichzelf. Van buiten zie je dat niet, want ze slapen niet in een portiek met een spuit naast hen. Ze gaan prima gekapt en gekleed door het leven. Je herkent ze aan hun lange tenen, ze nemen zichzelf bijzonder serieus. Hun relaties zijn meestal van voorbijgaande aard of blijven oppervlakkig. Een partner kan immers nooit tippen aan hun grote liefde: zijzelf. Verslaafd zijn aan jezelf is een eenzame business.

Zulke mensen kunnen niet om zichzelf lachen. Daarvoor vinden zij zichzelf veel te belangrijk. Als ze geloven, maken ze daar een doodserieuze zaak van. Alles draait om hen: Ben ik niet een grote zondaar? Ben ik wel goed genoeg? Ziet God niet kritisch alles wat ik doe? Ze krijgen nooit genoeg bevestiging, net als verslaafden die steeds een nieuwe dosis drugs nodig hebben. Dit is de reden waarom er mensen zijn die een steeds duurdere auto kopen die ze helemaal niet nodig hebben. Waarom bankiers enorme bonussen willen waarvan ze niet weten wat ze ermee moeten doen.

God wil met ons een weg van bevrijding gaan: van de obsessie voor onszelf naar belangeloze liefde voor de ander. Het christelijke geloof is ten diepste een lach, schrijft de Ierse dichter Patrick Kavanagh. In humor relativeren we onszelf omdat alleen God serieus te nemen is. Humor is daarom de hal van het geloof. Daarin hangen we als het ware ons ‘ik’ aan de kapstok. Zo bezien zijn bijvoorbeeld fundamentalisten niet erg gelovig. Die maken zichzelf veel te belangrijk, alsof ze namens God zouden spreken en handelen. Schiet jij om hen in de lach, dan schieten zij met hun kalasjnikov terug.

De vraag is niet of Jezus moppen tapte maar of hij gevoel voor humor had. Welnu, in zijn verkondiging zet hij voortdurend, als een cabaretier, zijn toehoorders op het verkeerde been. Niet het rotjochie is de verloren zoon, maar zijn oudere broer, een brave Hendrik met een vouw in zijn broek. Jezus vergelijkt het koninkrijk van God niet met glanzende engelen, zoals je zou verwachten, maar met de inhoud van een keukenkast. Dat rijk is als een mosterdzaadje, als zout, als een mespuntje zuurdesem. Als je goed luistert, hoor je hem in het Evangelie binnensmonds gniffelen om de verbazing op het gezicht van zijn publiek.

Evenals geloof, rekent humor op verrassingen. Het absurde van het kwaad zal plaatsmaken voor het ongerijmde van de genade. Het Evangelie bruist en borrelt ervan. Het boerenmeisje Maria zingt dat de machtigen van de troon worden gestoten. God smokkelt zichzelf als een kind een stal in. De laatsten zijn de eersten, de lammen dansen, de doden leven – en misschien wel het merkwaardigste: de levenden blijken vaak al dood te zijn. Prima gekapt en gekleed, dat wel. Maar ze zoeken zo onophoudelijk bevestiging, dat het ware leven aan hen voorbij gaat. Self junkies hebben weinig oog voor iets anders dan de volgende shot.

De weg met God bevrijdt om echt open te worden voor de ander. Dan wordt het leven een avontuur vol zin en betekenis en elke dag een wonder. In zijn gedicht ‘The Self-Slaved’ (de aan zichzelf verslaafde) zegt Kavanagh daarom dat hij afscheid wil nemen van:

Het kleverige ik

Dat zwaar plakt aan de vleugels

van liefde en avontuur.

Om groots te leven

Moet je vrij zijn

Van je eigen gewicht.