Tien onschuldigen

Een stad dreigt aan geweld ten onder te gaan. Het is van alle tijden. Kobani, Homs, vul maar aan…In het verhaal van Abraham is het Sodom waarvoor verwoesting dreigt doordat mensen doen ‘wat God verboden heeft’, zoals gewelddadig omgaan met vrouwen en vreemdelingen.*

Wie grijpt in? In dit bijbelverhaal is het duidelijk: het zijn niet de VS of de VN, het is God die handelt in de geschiedenis. 
Maar God twijfelt en spreekt erover met Abraham: “Moet ik ingrijpen? Is verwoesting onontkoombaar om het kwaad te stoppen?”. 
Abraham richt Gods blik op de onschuldigen.
 Dat kunnen wij ons voorstellen… Als iets ons raakt, dan zijn het de beelden van vrouwen, kinderen en ouderen die van geen kwaad weten maar die toch geraakt worden. Onschuldige slachtoffers die moeten vluchten.
 Maar Abraham heeft het over onschuldigen die van het goede weten, die het verschil weten tussen goed en kwaad en hun keuzes daardoor laten bepalen. Hoe weinig het er ook zijn – misschien maar 10 in een enorme stad – is hun bestaan niet  genoeg om de wereld (of een stad) te redden?

Volgen wij Abrahams voorbeeld en richten we onze blik ook op de onschuldigen die het goede kiezen, zelfs waar het kwaad overweldigend aanwezig is? ‘Rechtvaardigen’ als pater Frans van der Lugt die in april van dit jaar in de stad Homs werd gedood? 
Zien we hen niet over het hoofd?

* Het oordeel over Sodom en Gomorra wordt vaak ten onrechte uitgelegd als een oordeel over homoseksualiteit. Het gaat in dit verhaal om het kwaad van seksueel geweld en geweld tegen vreemdelingen – alles wat het tegendeel is van gastvrijheid, een kernwaarde in de verhalen rond Abraham.

Zondag 26 oktober ging Rebecca Onderstal voor in een dienst in de Nicolaikerk en sprak daarbij uitgebreider over deze bijbeltekst en de vraag naar de onschuldigen. De dienst is terug te luisteren via Kerkomroep.

Beeld: Homs, Syrië. Foto genomen op 10 mei 2014 (ANP)