Een witte onderbroek, een paar zwarte sokken en badslippers

Zo ook in Ommen. Diverse kerken kwamen daar met de autoriteiten overeen dat zij de asielzoekers kleding mochten aanbieden. Ik ging op bezoek, en zag hoe hard het nodig is. Mensen hebben soms niets, en zeker geen kleding die geschikt is voor het klimaat in Nederland.

De kleding werd netjes op stapeltjes van dezelfde grootte gesorteerd door een tiental vrijwilligers. Op het oog werd gekeken welke maat jas, broek of trui de vreemdeling zou passen. Hilariteit toen een Syrische jongen bij de zevende broek wederom aangaf dat deze echt te klein zou zijn. Dit alles in handgebaren en blikken, want er werd geen gemeenschappelijk taal gesproken. Maar iedereen was er vrolijk onder.

Ik dacht: ‘Hier wordt uitgevoerd hetgeen er staat: ‘Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed’”. Toen vertelde de coördinator me dat zij ook de spullen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers mochten verstrekken. Te weten één witte onderbroek, een paar sokken en een paar badslippers. Hij had een veelzeggende blik bij het noemen van die ene witte onderbroek. “Wel erg weinig, één onderbroek” opperde ik. Ik kon duidelijk zien dat hij het ook niets vond. “We zullen ondergoed vragen aan de diaconie”, zei hij.

Toen ik wegging dacht ik erover na wie dit toch bedacht had. Hoe kom je op het idee dat iedereen één onderbroek krijgt? Wat denk je en wat voel je daarbij? Terwijl we door de storm en regen naar de auto lopen, zien we een bewoner op blote voeten in badslippers. Zouden die nieuwe bewoners nu denken dat dit hét schoeisel in dit vreemde land is? Badslippers? Welke gedachten liggen hier aan ten grondslag? Hoe weinig wijsheid? Of zie ik iets over het hoofd? Met vele vragen keer ik huiswaarts.