De kracht van Kerst: alles is nog mogelijk!

De kracht van Kerst: alles is nog mogelijk!

Met z’n allen putten wij nieuwe moed uit het kind in de kribbe dat tegen ons zegt: ‘Geef de wereld niet op. Alles is nog mogelijk!’

Volle kerken op kerstavond. Hoe veel of weinig wij ook hebben met het christelijk geloof, met Kerst staan wij graag stil bij dat diepe verlangen dat ons allen verenigt: het verlangen naar duurzame vrede en duurzaam geluk.

Met Kerst zeggen wij tegen elkaar dat het niet gewoon is wat er aan ellende en onrecht allemaal tot ons komt: eenzaamheid en armoede in eigen land, de ramp met vlucht MH17, de recente drama’s in Australië en Pakistan, het geweld in Syrië en Irak, de alles ontwrichtende Ebola-epidemie in Afrika…

Met Kerst zeggen wij het nog maar eens hardop: DIT IS NIET NORMAAL! Het volle, vreedzame, florerende, liefst doodloze leven ― dát is de norm! Dát zou normaal moeten zijn.

Zo luidt de Kerstgedachte, en dus is Kerst het feest van de hoop op vrede. In de donkerste dagen van het jaar ontsteken wij een licht en voeden ons verlangen met de geboorte van een kind. Een kind dat meteen al op de vlucht moet en als illegale in Egypte woont. Welkom op aarde.

Het ‘normaal’ in een voerbak

De totale onschuld van dit kind, en de enorme belofte die het vertegenwoordigt, raakt aan een ‘heimwee’ die diep en hardnekkig in ons leeft. Wat als hier, in deze voerbak in deze stal in Bethlehem, al datgene samenkomt wat normaal zou moeten zijn in deze wereld?

Met Kerst verbinden wij ongeremd en ongegeneerd onze hoop aan ‘het kindeke Jezus’. Want het kind is nog maar kind. Het heeft nog niets goed of fout gedaan. Alles waarop wij hopen kan nog in vervulling gaan. Alles is nog mogelijk.

Maar wat als het kind groter wordt? Zal hij zijn onschuld behouden? Zal hij onze aandacht en interesse weten vast te houden en ons ervan kunnen overtuigen dat met hem de Grote Vrede aan zal breken?

Gelooft de aarde er nu ook in?

De engelen menen het antwoord al te weten, en ze kunnen het niet voor zich houden. Op het moment dat Jezus geboren wordt, barst de hemel open en roepen de engelen het uit: ‘Vrede op aarde!’ Dat is het begin van Jezus’ leven: de hemel gelooft erin! En velen zullen het tegen de engelen willen zeggen: ‘Ik help het je hopen.’

Maar het verhaal gaat verder, want we kennen ook de verslagen van de rest van Jezus’ leven: zijn wonderen, onderwijs, lijden, sterven en opstaan uit de dood. En dus rijst onherroepelijk de vraag: gelooft de aarde er nu ook in? Was het overtuigend genoeg?

Ons antwoord hierop wordt zichtbaar met Pasen, wanneer de kerk kort maar krachtig belijdt: ‘Ja, wij geloven erin! Onder leiding van Jezus zál ons diepste verlangen naar een florerende wereld in vervulling gaan!’

Maar met Pasen zijn de kerken heel wat leger dan met Kerst. Jezus’ leven mag volgens de verslagen dan nog zo’n happy ending kennen, het blijkt toch eenvoudiger te hopen op een betere wereld, dan te geloven dat die er ook echt komen zal.

Hunkering krijgt een gezicht

Met Kerst gaan degenen ter kerke die hunkeren naar recht en vrede. Daar, in de kribbe, krijgt hun hunkering een gezicht. En dat niet alleen: ook een antwoord. Daar, in de kribbe, ligt de belofte van een betere toekomst ― ongeschonden. De wereld is niet reddeloos verloren! Er is hoop!

Hieraan klampen wij ons vast met Kerst, een daad van onschatbare waarde.

Met Pasen blijven degenen over die vinden dat het ‘kindeke’ zichzelf bewezen heeft. Met Pasen zeggen de gelovigen: ‘Die engelen in het veld, daar bij die herders, ze hadden gelijk! De vrede gáát er komen, dankzij dit kind, dat groot werd en liet zien dat niets onmogelijk is voor God’.

Maar ongeacht het aantal gelovigen met Pasen… Wat ons blijft verenigen is het besef dat leed en onrecht niet tot het normale leven behoren. Het volle, vreedzame, florerende, liefst doodloze leven ― dat is en blijft de norm. En met z’n allen putten wij nieuwe moed uit het kind in de kribbe dat tegen ons zegt: ‘Geef de wereld niet op! Alles is nog mogelijk!’

Dat is de kracht van Kerst, het hele jaar door.

Beeld: Dennis Stauffer