Gave van tranen

Er zijn dagen dat er zomaar ineens tranen prikken achter mijn ogen.
Schijnbaar zonder reden…
Dagen waarop het verdriet en gemis dat ik tegenkom me vullen, net tot over het randje…
Ik vind het troostend om het vermogen om te huilen te koesteren als de ‘gave van tranen’.
Geraakt kunnen worden is als een geschenk. Het stroomt, het is open…
En je tranen zijn als een geschenk aan de ander of jezelf, misschien zelfs aan God?
Het is het minste wat je doen kunt.

Via collega  Kim Magnée – de Berg deel ik onderstaand verhaal, ook over de gave van tranen.

God had medelijden met Adam en Eva omdat ze beiden zo’n spijt hadden van hun daad. Hij vergaf hen en zei tot hen: “Mijn arme kinderen. Ik heb jullie geoordeeld, en veroordeeld tot verbanning uit de tuin van Eden, waar jullie zo gelukkig waren. Nu zullen jullie je gaan bevinden op een plaats waar de ellenden groot zijn en de rampen vele. En toch, desondanks, onthoudt dat ik jullie niet in de steek laat en dat ik van jullie blijf houden. En omdat jullie leven zo bitter zal zijn bied ik jullie een van de juwelen uit mijn schatkist: de traan. Wanneer de pijn op zijn grootst is, jullie geest in rouw, dan zullen jullie ogen huilen en jullie ellende zal dragelijker zijn. Zo zullen jullie vertroosting vinden”. Nauwelijks had God gesproken of de tranen stroomden over de wangen van Adam en Eva en vielen op de aarde. Adam en Eva lieten deze erfenis na aan hun kinderen en nakomelingen tot het einde der tijden; het vermogen om tranen te vergieten.