Venit, interiit, vicit

De groene envelop ligt op me te wachten als ik thuiskom, de speciale kerstpostzegel als een bode van wat te komen is. In de envelop staart een bolle, blonde baby me vanuit een kitscherig staltafereeltje aan. ‘Gelukkig kerstfeest, God is waarlijk bij ons’. De blijdschap in christelijk Nederland (en seculier, consumerend, chocola-minnend Nederland) over de komst van God op aarde in de vorm van een blozende, blije Jezus, kan mogelijk alleen overtroffen worden door Pasen, de overwinning van de dood in de vorm van een bloedende, droevige Jezus. Net geboren of bijna stervend, dat lijken de twee gezichten van Gods aanwezigheid op aarde te zijn. Jezus kwam, stierf en overwon. Venit, interiit, vicit.

 

Het is met onze protestantse geschiedenis niet verwonderlijk dat dit tweezijdige Jezusbeeld een stevig heilighuisje geworden is. Het vormt het onschendbare fundament van ons protestantse geloof: Jezus werd geboren om te sterven en ons zo als een koopman vrij te kopen van onze zonden. Daarom vieren we Kerst en Pasen. Het is in die twee gebeurtenissen dat onze individuele redding geborgen ligt. We zijn zo gericht op Jezus’ dood dat we bijna vergeten dat Hij ook leefde. De geboorte van Jezus is de essentiële voorwaarde voor de kruisiging van Jezus dat de climax van ons geloof geworden is. Bijna alsof alles wat Hij daarvoor deed of zei alleen als opbouw naar de grand finale bedoeld is:

Er klinkt tromgeroffel. Iedereen zit op het puntje van zijn stoel. Spannende lichteffecten belichten Jezus die aan het kruis hangt en de zonde overwint. Baf! Licht uit. Het doek valt, het publiek staat als één man op en overdonderend applaus, gejuich en gefluit overstromen de zaal. En vervolgens gaat iedereen naar huis, druk pratend over hoe geweldig dat niet was, terwijl Jezus achter de schermen verwoed aan de gordijnen trekt en mensen probeert uit te nodigen op het toneel zelf.

Het is absoluut waar dat wat Jezus deed ongelooflijk is en dat wij er dankbaar en verwonderd over mogen zijn, maar Jezus wil geen aanbidders, Hij wil volgers. Doordat we geloven dat Jezus alleen kwam om te sterven, besteden we weinig ‘niet-zondagse’ aandacht aan Zijn leven en leringen. We hebben Jezus op een verhoging gezet uit dezelfde dankbaarheid die leidt tot onze passiviteit. We danken Hem voor onze redding, wachtend op de dag dat we daadwerkelijk gered zullen worden. Wachtend op de dag dat we deze hopeloze wereld kunnen achterlaten en door de individuele redding van Jezus naar de lang verwachte eeuwigheid kunnen gaan. Net als Jezus komen wij op aarde, sterven wij en overwinnen we, dankzij Jezus, de dood. Als christenen nemen wij dezelfde venit, interiit, vicit mentaliteit aan: we richten ons op het leven na de dood en vergeten daarbij om nú te leven. Gods koninkrijk op de wolken wint het van Gods koninkrijk op aarde.

Kijkend naar de blozende wangetjes van baby Jezus op mijn kerstkaart moet ik denken aan het rood van de bloeddruppels die door Zijn doornenkrans over Zijn wang rollen op alle grote klassieke schilderijen. En aan het water dat rood en alcohol-bevattend werd; de rode gezichten van opwinding toen een hele menigte gevoed werd; het verdwijnen van de rode plekken op de gezichten van de onaangeraakten door de liefdevolle aanraking van Gods aanwezigheid op aarde. Aanwezigheid, niet het begin- of eindpunt. Immanuël: God is bij ons, niet net bij ons gekomen of net weggegaan. Jezus geboorte is niet slechts een voorwaarde voor Zijn dood, maar voor Zijn leven. God is waarlijk bij ons.

Beeld: Jeff Weese