Het beschadigde mensbeeld van Marlene Dumas

Onlangs toonde het Stedelijk Museum 200 werken van Marlene Dumas, ‘de grootste levende Nederlandse kunstenaar’. Wie door de vijftien zalen liep werd er niet vrolijk van: vanwaar al deze getormenteerde lichamen, deze droeve koppen? En waarom wordt dit mistroostige werk in de etalage gezet van ons belangrijkste museum voor Moderne Kunst? Ik ervaar het als het onvermijdelijke resultaat van een beschadigd mensbeeld. Ik sta erbij, kijk ernaar en vraag mij vertwijfeld af: ‘Is dit alles…?’

Bewieroking

De tentoonstelling rond het oeuvre van Marlene Dumas zal u niet ontgaan zijn. Op televisie en in diverse kranten werd het breed uitgemeten, want het zou gaan om één van de grootste en meest invloedrijke nog levende Nederlandse Kunstenaars. Sterker nog: ‘De eerste Nederlandse kunstenaar sinds van Gogh die zich met hem kan vergelijken’, volgens Joep van Lieshout. Rutger Pontzen plakt er met royaal gebaar vijf sterren op. En volgens Alied Ottenvanger is The image as a burden een absolute must see. Na al deze bewieroking was mijn verwachting dan ook hoog, en ik hoopte dat door een bezoek aan deze expositie mijn vooringenomenheid jegens het werk van Dumas weggenomen zou worden. Nou, eigenlijk viel dat wat tegen.

Nu wil ik niet te veel energie te stoppen in de bespreking van haar kwaliteit als kunstenaar. Dat is al uitvoerig gedaan door diverse kunstkenners. Gelukkig verschillen de meningen danig, wat altijd goed is voor pittige discussies, zoals in de Volkskrant. En daar is wat mij betreft ook grote behoefte aan. Technisch is haar werk consistent van kwaliteit en herkenbaar van stijl. Maar dat kunnen we toch van veel meer hedendaagse kunstenaars van eigen bodem zeggen? Wat maakt dit werk dan zó bijzonder dat het belangrijkste museum voor moderne kunst in Nederland vijftien zalen vult met ruim 200 werken?

Niet uitzonderlijk

Aan het feit dat Marlene Dumas uitsluitend werkt op basis van foto’s kan het niet liggen. Ze is niet de eerste hiermee en zeker niet de laatste. Maar als je haar werk naast de foto legt die ze als uitgangspunt gebruikte, bekruipt je het gevoel dat ze in haar vormen en composities wel erg sterk leunt op de kwaliteit die de fotograaf al in de afbeelding stopte. Dus daar vinden we die uitzonderlijkheid van de kwaliteit niet.

Ook de technische kwaliteit van het werk is weliswaar de moeite waard, maar zeker niet uitzonderlijk. Een stemmetje in mijn achterhoofd zeurde: geef mij dertig foto’s en dertig grote bladen en ik schilder in één nacht ook zo’n wand vol gewassen-inkt koppen. Maar dat is natuurlijk te flauw.

Heroïsche strijd met het thema

Gelukkig zijn er voor de bewonderaars de ‘betekenislagen’ die uit de rauw geschilderde voorstellingen en de toegevoegde zaalteksten spreken. Het gaat immers om datgene wat de kunstenaar dóét met de inspiratiebron. Om de diepgang die hij of zij weet aan te brengen in het geschilderde verslag van de heroïsche strijd met het gekozen thema. Volgens Joost Zwagerman “bevraagt Dumas onze verlangens naar betekenis”. Ingaan op die betekenis is dus zeker de moeite waard.

Tegen mijn leerlingen (klas 6 van het VWO) die ik meeneem naar zo’n tentoonstelling zeg ik altijd: oog in oog met een kunstwerk bestaan er twee mogelijkheden: óf het zegt je niets, óf het spreekt je aan. In dat laatste geval is de essentiële vraag: maar wat zegt het beeld je dan? Wat vertelt het je? Wat wil het communiceren?

Somber mensbeeld

Omdat Dumas zich uitsluitend bezighoudt met de mens als onderwerp, is de centrale vraag: waarvan vertellen al die mensen die ze aan ons voorstelt? Natuurlijk is dit bij elke kop weer even anders, maar er is wel een gemeenschappelijke deler. Namelijk: het mensbeeld waar al deze portretten mee geladen zijn. We kijken mee door de bril waarmee Dumas naar haar personen kijkt. Je hoeft geen geoefende kunstkenner te zijn om te proeven dat haar mensbeeld somber en leeg is. Zelfs haar eigen dochtertje lijkt omgetoverd te worden tot zombie, een beeld dat niet zou misstaan op een affiche voor de film Waking the Dead.

Slachtoffer van leegte

De enorme formaten wrijven ons in wat de materiaalhantering en de grauwe kleurstelling nog versterken: de mens als slachtoffer van zijn eigen leegte. Onttakeld en ontdaan van ieder spoor van geluk, waardigheid en schoonheid staren ze ons aan. Nu is Dumas niet de eerste die wars is van schoonheid en eerbiedwaardigheid als het om de mens gaat. We moeten ver terug gaan in de kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw om van de mens een positieve weergave op kunstzinnig topniveau te treffen. Waren Gauguin en Matisse de laatsten die geloofden in de schoonheid? Zeker is dat we belanden in de tijd voordat Picasso zijn vrouwen genadeloos demonteerde.          

Onlangs trof ik naast de entree van het Grand Palais in Parijs een braaf beeldhouwwerk dat de verhouding tussen de kunstenaar en zijn onderwerp symboliseerde. Een ideale naakte dame werd onthuld door de man met hamer en bijtel nog in de hand. Zo zou de kunst de ware schoonheid openbaren. Tja, de geloofwaardigheid van een dergelijk beeld lijkt ons in de 21ste eeuw wel heel onwaarschijnlijk. Robbert Dijkgraaf vraagt zich in zijn column in Kunstbeeld nog vertwijfeld af: “wie durft vandaag nog op te komen voor de waarheid, laat staan voor de schoonheid?” Hij heeft kennelijk wat treinen gemist: Schoonheid heeft haar gezicht al vijftig jaar geleden verbrand, Robbert. Vraag het Lucebert.

Even in de marge een markante gebeurtenis die ik u niet wil onthouden: een paar jaar geleden liep ik onverwacht tegen een portret van Marlene Dumas aan op metershoog formaat. Een afgeleefde en kennelijk depressieve vrouw, geplaatst aan de wand van de entreezaal van de Amro Bank aan de Zuidas in Amsterdam. Het was nog vóór de kredietcrisis, maar ik schreef smalend in een vaktijdschrift dat ze kennelijk hun klanten eraan wilden herinneren dat geld niet gelukkig maakt. Een paar maanden later kwam ik er weer en het schilderij was verdwenen, dat zal wel toeval zijn geweest.

Voor schoonheid geen plaats

Schoonheid heeft in het mensbeeld van Dumas geen plaats. Maar eigenlijk vinden velen schoonheid ongeloofwaardig binnen de Moderne Kunst. Schilders als Freud en Bacon, de schedels van Damien Hirst of de kitsch van Jeff Koons, ze hebben het overtuigend getoond. En het Stedelijk Museum doordringt ons ervan, door ons met grote regelmaat op dit soort werk te trakteren. Als ik terugdenk aan de openingstentoonstelling van vorig jaar met Mike Kelley in de duistere zalen van de nieuwbouw krijg ik opnieuw last van opkomende depressiviteit.

Daarmee dringen zich drie vragen aan mij op. Waar komt dit beschadigde mensbeeld van Dumas en haar collega’s vandaan? Waarom heeft een toonaangevend museum als het Stedelijk zo’n voorkeur voor nihilistische kunst? En tenslotte: wat beweegt ons als publiek om geboeid te zijn door dergelijke wrange beelden?

Nihilistisch mensbeeld

Dumas zelf leek mij aanvankelijk een vrolijke dame. Tijdens het interview in CollegeTour kwam ze in gesprek met Twan Huys zeer aimabel over, bescheiden en zelfrelativerend. Maar ze waarschuwde ons dat haar werk eerlijker was dan haar persoonlijke presentatie tijdens deze ontmoeting. En haar zelfrelativering ging wel erg ver.“Er zijn weinig grote dingen in het leven. Je leeft, je gaat dood en je valt uit elkaar…” Zo’n opvatting laat weinig ruimte aan vrolijkheid en waardigheid. Gaandeweg raakte ik ervan overtuigd dat het mensbeeld van deze kunstenaar wel erg haaks stond op het mijne als christen.

Haar mensbeeld is wezenlijk anders dan dat van de mens in het Genesisverhaal, die beeld is van zijn Schepper, van wie Heerlijkheid nog nagloeit in zijn schepsel. De mens van Dumas is onttakeld, beschadigd, schijnbaar onschuldig soms, maar onverwacht de moordenaar van Van Gogh. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar haar werk doet me regelmatig denken aan het werk van vrouwen die in hun jeugd misbruikt zijn. De beelden zijn zó pijnlijk.

God is dood verklaard

De titel van de tentoonstelling is treffend: The Image as Burden. Kan de titel duidelijker? De van God vervreemde mens blijft achter met de ondragelijke last zijn eigen beeld en identiteit te vormen. God is dood en begraven verklaard, dus moeten we het zelf bij elkaar flansen. Maar waarom heeft het Stedelijk een voorkeur voor dergelijk depressief en nihilistisch werk? Het is duidelijk dat ze hun vingers niet willen branden aan iets ‘moois’. Dan zou het etiket van oubolligheid maar al te snel op de gevel staan. Of is het bij gebrek aan beter dat één-oog tot koning wordt verheven?

Het exposeren van nihilisme is zeker niet alleen een Nederlands verschijnsel. Je kan als museum in het thuisland van de kunstenaar toch niet achterblijven als Amerika, Afrika en Japan al ruimte aan haar gaven. Als dan Tate Modern ook nog mee wil doen lijkt mij de museale inteelt, waar ik angstige vermoedens van heb, wel weer compleet.

Is het publiek geïnteresseerd?

Mij rest de vraag hoe het komt dat het publiek ogenschijnlijk geïntrigeerd is door al deze naargeestigheid. Eerst zal natuurlijk moeten worden vastgesteld of mijn vooronderstelling juist is. De twee keer dat ik The Image as Burden bezocht was het niet dringen geblazen. Geen lange rijen bij de kassa, geen schouder aan schouder-gedrang voor de schilderijen. De lange termijn zal kijkcijfers opleveren en de interesse al dan niet laten blijken. Ook de hoge bedragen die veilingverkoop opbrengt is een wankele graadmeter voor werkelijke brede waardering. Het echtpaar dat het portret van topmodel Naomi Campbell aankocht meende dat het om de Bijbelse Naomi ging… Hoe weinig inzicht heb je dan in hetgeen je aanschaft?

Angst

“Ik moet bang zijn voor wat ik maak”, zegt Marlene Dumas in haar gesprek met Twan Huys. Is dat de teaser die haar werk aantrekkelijk maakt? Die fascinatie van de mens voor wat beschadigd is?

Zoals wij vroeger naar de kermis gingen om naar een lam met twee koppen te kijken in de griezeltent? Bang zijn, maar tegelijk ook gerustgesteld want het kwaad was reeds bezworen: het lam stond op sterk water en kon verder niets doen. De in het Stedelijk geëxposeerde mensen ‘die een geest van zichzelf werden’ – aldus een begeleidende tekst – hangen aan de wand en verzekeren mij dat het met mijn problemen nog wel meevalt.

Klaar met perfectie

Daarnaast is er onder ons verveeldheid ontstaan door al het al te perfecte en kopen we spijkerbroeken met een scheur en tafels met verfresten uit de vintage-collectie. Beschadigd dus.

Perfecte, gladgestreken schoonheid is van de glossies. Of misschien willen we het bekijken als een antwoord op de gemakkelijke vermakelijkheden van tv-spelletjes? De meest zinnige motivatie voor ons bezoek aan de expositie zou kunnen zijn dat Marlene ons met haar beelden een spiegel voorhoudt. En dat we in het spiegelbeeld de leegte van onze eigen eenzame geïndividualiseerdheid willen ontmoeten.

Zoektocht naar identiteit

Curator Coelewij betoogt dat Marlene de verantwoordelijkheid voor haar beelden uitdrukt, maar ook die van de toeschouwer. Doelt Coelewij op de verantwoordelijkheid voor de eenzaamheid van de postmoderne mens, die wanhopig op zoek is naar waardigheid en identiteit? Het blijft slikken als je al deze somberte serieus neemt. Het vraagt ook eerlijkheid van de kijker. Wie weet roept deze expositie dan de vraag van het lied van Doe Maar op. ‘Is dit alles wat er is?’ Als stimulans voor het publiek, maar ook bij de curatoren en de nieuwe directeur van het Stedelijk, om vanuit de verantwoordelijkheid op zoek te gaan naar iets méér. Dan zou het toch nog een waardevolle expositie blijken te zijn geweest.

Dit artikel is reeds gepubliceerd in het Nederlands Dagblad.

Foto: ANP 2012, Erik van ’t Woud

 

Meer informatie over Marlene Dumas en haar werk is te vinden op Artsy’s Marlene Dumas page.