Ik geloof, dus ik twijfel

Trouw komt vandaag met een groot onderzoek naar religie en spiritualiteit in Nederland. Een onderzoek met opvallende resultaten. Het zet me aan het denken over de term geloven en hoe zwart-wit er wordt omgegaan met deze term. Volgens Trouw zijn Nederlanders op spiritueel gebied in te delen in slechts vier categorieën. Iedereen behoort tot slechts één categorie tegelijk. Je bent namelijk atheïst, agnost, ietsist of gelovige. Een begrijpelijke indeling, maar ook een erg statische. Juist bij deze ongrijpbare materie.

God beargumenteren

Ik geloof dat de term ‘geloven’ complexer is dan het onderzoek veronderstelt. In God geloven is voor mij: kiezen voor het verhaal dat me het meeste aanspreekt, omdat ik zeker weet dat ik nooit zeker zal weten of God bestaat. Je kunt zowel het bestaan van God als het niet-bestaan van God oneindig beargumenteren. Ik zie een Stephen Hawking op basis van ratio geloven in niks. En ik zie een C.S. Lewis al redenerend geloven in God. Wie ben ik om stellig een van beide knappe koppen gelijk te geven? Toch wil ik een keuze maken. Die keuze noem ik mijn geloof. Ik hoop dat Lewis gelijk heeft, want ik vind het verhaal waarin hij gelooft prachtig.

Mysterie

Dus dan ben ik een agnost? Of hoor ik juist bij de 17% van gelovigen? Kan ik ook agnost en gelovig tegelijk zijn? Waarom moet ik eigenlijk zo krampachtig in een hokje worden gestopt? Geloven is zeker weten dat je twijfelt, zegt Freek de Jonge. Die zin raakt met al z’n paradoxen precies de kern van het mysterie.