Niks mis met Joseph Prince op de buis

“Ja, Prince, dat heeft u raak gezegd: God is de liefde, anders niet.” De basis van de prediking van pastor Joseph Prince, wiens vrolijke hoofd binnenkort elke dag op de Nederlandse commerciële televisie te zien is, is een God van liefde en genade. Prachtig, en niets verontrustends, hoor ik u denken.

Maar dat ligt er een beetje aan hoe je die begrippen invult. Voor Prince toont de Heer zijn liefde en genade met name door voorspoed en succes te geven. Niet mijn beeld van liefde, dat toch ook een corrigerende tik, een soms pijnlijke eerlijkheid en een hoop lijden, zelfopoffering en meer impliceert. Ook niet mijn beeld van genade, dat ik associeer met de hartverscheurende pijn van de Jood die z’n kampbeul vergeeft, de vrouw die zich met haar overspelige man verzoent en de gekruisigde rabbi die voor zijn moordenaars bad. Maar misschien vindt u mij nu een zwartkijker.

Laat Prince maar op tv komen

Joseph Prince is een stukkie optimistischer. Een vrolijke vent met een tandpastaglimlach. Ziet er gelikt uit, beweegt snel en spreekt enthousiast. Dito echtgenote ernaast. Volle zalen, strakke belichting. Een show van feelgoodgeloof. Laat hem lekker. Ja, dat hoort u goed. Alain Verheij, de vaak cynische randkerkelijke theoloog die in z’n jeugd gillend wegrende uit de pinksterkerk, zegt: Laat Joseph Prince maar lekker op de tv komen. Gaat Alain Verheij ook zitten kijken naar Joseph Prince? Nee, natuurlijk niet, geen seconde behoefte aan. Maar van kritiek op de man word ik chagrijnig. Om twee redenen:

1. Prince verschilt fundamenteel maar weinig van andere (pinkster-)kerken

Kijk, op zijn site zie je dat pastor Prince qua dogma’s heel netjes binnen de lijntjes kleurt. Het clichéverhaal van mainstream kerken – de grote Augustinus had het nog ondertekend. De evangelische succesgoeroe gelooft net als vele christenen dat er dankzij Jezus genade van God voor alle mensen is, en dat die transformerend en helend kan werken in onze levens. Tot zover niets nieuws. Hij trekt het alleen wat verder door. Waar de Calvinist bidt voor ’n dagelijkse boterham op z’n bordje, meent Joseph Prince te mogen vragen om een roze Cadillac (fictief voorbeeld). Fundamenteel zit hier dezelfde leerstelling achter:

Er is een God die, als wij onze ogen sluiten en handen vouwen, luistert naar onze wensen en ze ook weleens wil inwilligen.

Prince mikt alleen wat hoger dan de meeste andere christenen, omdat de God in wie hij gelooft niet zo’n zuinige, gematigde Calvinist is. Ik kan daar wel sympathie voor opbrengen. Is het dan geen klinkklare onzin dat God je die roze Cadillac wil geven? Ja, natuurlijk is het dat, maar daarin is hij niet zo heel nieuw. In mijn rondjes door Volle Evangelie Gemeenten heb ik in naam van God wel gekkere beloften gehoord.

Kort gezegd denk ik dat er twee typen christelijke Prince-critici bestaan. De ene groep lijkt zelf verdacht veel op Joseph, en ervaart hem een beetje als concurrent. De andere groep wil door middel van bijbelstudies laten zien hoe onverantwoord Pastor Prince z’n leerstellingen zijn. Maar dat zijn ze niet altijd. Die kerken die wel bidden om een gelukkig huwelijk, een gunstig seizoen, brood op de plank en wereldvrede – wat verschillen zij nou fundamenteel van Prince die om dezelfde dingen bidt, maar er graag een zeiljacht aan toevoegt? Mogen we wel bidden voor de zaken die we ‘nodig’ menen te hebben en niet voor de dingen die alleen maar comfortabel of zelfs luxe zijn? Ik durf te beweren dat Prince, Pinksterkerk en PKN vaak een vergelijkbare diepste opvatting over ‘gebed’ hebben. Prince trekt het alleen iets consequenter – en krankzinniger – door.

2. Geef het kijkvolk wat het verdient

Wat zijn de concurrenten van Joseph Prince eigenlijk, op televisie? Er zijn nog een aantal andere televangelisten die ik nooit een seconde zendtijd heb gegund. Verder zie je rond die tijd, als ik me niet vergis, programma’s als Tell Sell waarin levensveranderende haarborstels of stofzuigers worden verkocht. Er is vaak een belspelletje waarbij de quizmaster gênant lang volhoudt dat er nog geen enkele beller is geweest die het juiste antwoord op de veel te makkelijke vraag wist. En natuurlijk de astrologen en waarzeggers naar wie je kunt bellen om te horen hoe het met je opa gaat sinds deze het tijdelijke voor het eeuwige heeft geruild.

Allemaal bullshit waar Pastor Prince prima tussen past. De kijkers vervelen zich en zoeken wat oppervlakkige herrie om hun tijd mee te verdrijven. Of ze zijn bang, somber en naïef en snakken naar antwoorden of naar schijnveiligheid. Zoals De Stofzuiger Die Jouw Wereld Op Zijn Kop Zet, een lief woordje van je overleden opa, de jackpot van een bedrieglijke quiz – of de smile van Pastor Prince.

Het is kitsch, ja. En boerenbedrog. Je wordt niet in één klap rijk, gezond en gelukkig. Niets of niemand kan je dat geven, en je kunt het niet kopen. Toch omringt een zekere doelgroep van tv-kijkers zich blijkbaar graag met de illusie dat dit wel mogelijk is. Laat hen lekker. Meestal baat het niet, maar meestal schaadt het ook niet.

Zij die zo stom zijn om gouden bergen te verwachten en/of hun kinderen aan die naïviteit bloot te stellen, zullen er altijd zijn. Ze zullen hun hoofd stoten. Daarvan leren, of niet.

Alain Verheij wilde een polemisch blogje over Joseph Prince schrijven maar kon alleen maar bewondering voor het flitsende voorkomen van deze merkwaardige wereldreiziger opbrengen. Nu dit verhaal klaar is, vraagt hij zich stilletjes af of zijn verrassende mildheid ten diepste niet veel arroganter en cynischer is dan alle anti-Prince artikelen die hij deze week las.