Waarom satire moet #CharlieHebdo

Satire moet blijven. In zijn betoog in The Huffington Post schrijft Darden dat satire, geprint en digitaal, een oude en eervolle reactie is op excessen van overheid en religie. ‘Als mensen geen andere stem hebben, als de belangrijkste media wordt gecontroleerd door de staat (of te bang is om kritiek te leveren), floreert satire. Humor en satire is een van de weinige manieren waarmee burgers de rijken en machthebbers ter verantwoording kunnen roepen.’

 

Hij refereert daarbij aan zijn eigen periode bij The Wittenburg Door, een satirisch religieus magazine dat inmiddels niet meer bestaat. ‘We waren het meest trots én maakten het verschil als het lukte om lezers te laten lachen om hoogdravende, opgezwollen priesters, dominees en politici en zogenaamde leiders die het christendom gebruikten voor hun eigen gewin.’ De lach geeft macht. Maarten Luther zei al dat Satan het haat als er om hem gelachen wordt. Een goed voorbeeld daarvan is ook de joodse humor. Joden zijn meesters in satire. Ze zijn in staat om met zichzelf en met de omstandigheden de spot te drijven. Humor en satire als overlevingstechniek. Als manier om ‘comfort te bieden aan gekwelden en de mensen in comfortabele posities te kwellen’. Satire – en dus ook het Franse satirische magazine Charlie Hebdo – is ‘de mogelijkheid van de mensheid om zijn duistere impulsen te ontstijgen’.

Juist als je gelooft in een God die deze wereld heeft gemaakt, die van je houdt, zou je volgens hem die satire moeten waarderen. De God die alles heeft gemaakt is immers groot genoeg om met humor en satire om te gaan. ‘Juist een kleine God wordt makkelijk beledigd door het gebabbel van minuscule tweevoeters op een opgestuwde planeet aan het randje van een onbelangrijk zonnestelsel in de rustige buitenwijken van een heel, heel groot universum.’

Lees de hele tekst van Robert Darden bij The Huffington Post