Wat doe je met Bijbelteksten die oproepen tot geweld?

Ik worstel met bijbelteksten die oproepen tot geweld. ‘Mijn’ Bijbel kent gedeeltes waarin God erom vraagt. Tenminste, zo is dat verstaan door degenen die hun ervaringen optekenden.

Neem nu het verhaal waar in de Nieuwe Bijbelvertaling boven is gezet: Abraham op de proef gesteld. In de Bijbel in Gewone Taal is het Het offer van Abraham geworden, met als eerste tussenkopje: God wil zien of Abraham hem vertrouwt. Abraham hoort God zeggen: je moet je zoon offeren op een berg die ik je wijzen zal. Abraham gaat met Isaak op pad. De jongen draagt hout voor het vuur en hij draagt het mes. Isaak vraagt nog waar het offerlam is. ‘God zal ervoor zorgen’, zegt Abraham. Dat doet God ook. Als Abraham het mes heft, hoort hij God weer spreken. Hij ziet een ram, verstrikt in de struiken.

Ik geloof niet dat ‘mijn’ God een vader vraagt zijn kind te offeren. God roept niet op tot geweld. Dat baseer ik op andere gedeeltes uit de Bijbel. Op woorden van Jezus bijvoorbeeld, waarin hij oproept om zelfs vijanden lief te hebben. Dat is heel wat anders dan zwaaien met een wapen. Maar het is wel wat Abraham hoort. Hoorde hij God spreken in de taal van zijn tijd, waarin offeren van eerst- of eniggeboren zonen gebeurde? Verwarde hij de cultuur met de stem van God?

Dit verhaal hield een gemeentelid uit mijn kerk ook bezig. Een paar weken geleden begon hij erover, bij het uitgaan van de kerk, tussen het handen schudden en ‘goede zondag’ wensen door. Er was geen tijd voor een lang gesprek. Maar we concludeerden samen, daar op de drempel van de kerk, dat een mens het ook wel moet opmerken; dat offerlam. Je kunt het zomaar over het hoofd zien. Net als je zomaar over het hoofd kunt zien dat je een keus hebt. Een andere keus dan geweld.