Bidden met steeds minder woorden

‘Wil je met ons bidden?’ Eh, ja, natuurlijk. Vandaag ben ik aan de beurt om met een kort inspirerend verhaal de wekelijkse vergadering van onze redactie te openen. En daar hoort min of meer ook een gebed bij. Ik kijk mijn collega’s aan, en zie ze de bidhouding aannemen. Ik sluit mijn ogen, en aarzel even. ‘Persoonlijke woorden,’ denk ik, ‘zoals ik het altijd doe. Gewoon beginnen, en ik zie wel wat er in me opkomt’. Maar deze keer kan ik de woorden niet echt vinden. Ik stamel maar wat. Ik worstel me richting het ‘amen’, terwijl ik denk: wat zég ik nou eigenlijk allemaal?

Dat was vroeger wel anders. Ik was een zeer gelovige tiener. Op zondag de preek nabespreken tijdens het eten: ik was er dol op. En vroeg mijn moeder mij om voor te gaan in gebed, dan voelde ik iets van trots: ik durfde dat wel. Hardop bidden. Ik zag dat als bewijs van een goed geloof. En dan niet in vaste formuleringen, daar had ik het niet zo op. Vooral die ellenlange formuliergebeden in onze vrijgemaakt gereformeerde kerk: dat waren halve preken! Nee, bidden was pas écht als het mijn eigen woorden waren.

Op audiëntie bij God
Later kwam ik in evangelische kringen terecht. Het geloof werd persoonlijker, en het bidden ook. Tot God spreken vanuit mijn hart, met Hem delen wat me bezighoudt. Danken en bidden. De ademhaling van het geloof. Tegelijk ging het ‘voorgaan in gebed’ voor een groep me steeds meer tegenstaan. Alsof je met die groep mensen op audiëntie komt bij God, waarbij alleen de delegatieleider het woord mag voeren. Het kringgebed kwam ervoor in de plaats. Ieder een persoonlijk gebed, aanvullend op elkaar. Mooi, maar ook best spannend, en kwetsbaar. Hoe veilig voel ik me in de groep? Hoeveel durf ik van mezelf te laten zien?

Bid en u zal gegeven worden
Het charismatische denken over God kwam om de hoek kijken. Bidden om voorspoed, bidden voor genezing, bidden voor bevrijding. Bidden als magische handeling, om het kwaad te bezweren. En waarom ook niet. Ik had gebeden om een vrouw, een baan, een huis, een kind. Ik had ze allemaal ontvangen. Bid, en u zal gegeven worden. De Vader geeft leven en overvloed, we hoeven alleen maar te vragen.

Veel te vroeg
Maar toen werd er een kind ziek. Heel erg ziek. Een kind van vrienden, uit onze evangelisch-charismatische gemeente. We gingen bidden. Ook ik. Bidden of mijn leven eraf hing. Want zijn leven hing ervan af. Erop of eronder. Maar het kind werd niet beter. Het overleed, veel te vroeg. Dat kwam hard aan.

Twijfel
De twijfel kwam. Knagend. Heeft bidden zin? En zo ja: voor wie? Voor degene voor wie ik bid? Voor God? Voor mijzelf? Danken: dat ging nog wel. Ik had genoeg om voor te danken. Ik telde mijn zegeningen. Maar bidden? Wat kon ik er nog van verwachten?

Traditie
Op zoek naar woorden, besloot ik een duik te nemen in de traditie. Ik kwam oude gebeden tegen. Een gebed van Franciscus, van Thomas Merton, van Theresia van Avila. Mooie woorden, zorgvuldig gekozen. Ze raakten me. Ik besloot af en toe op die gebeden te mediteren. Ook de psalmen gingen voor mij meer leven, als woorden om te bidden. Als ik zelf geen woorden meer heb, zijn dat de woorden waar ik op terug kan vallen. En dat geldt helemaal voor de moeder van alle gebeden: het Onze Vader. Uw Koninkrijk kome. Zoals in de hemel, zo ook op aarde. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig zijn.

Ik ervaar steeds meer de waarde van vaste formuleringen voor mijn gebedsleven. Ook in ons gezin hebben ze inmiddels hun plek gekregen in het samen bidden. Zo beginnen we elke dag met z’n allen met een vast ochtendgebed. In eenvoudige taal, zodat ook de kinderen mee kunnen doen.

 ‘Lieve Vader, dank u wel voor dit lekkere eten, dat u zo goed voor ons zorgt. Dank u wel voor deze nieuwe dag, dat u met ons meegaat, naar school en naar ons werk. Help ons om de goede dingen te doen, en om andere mensen te helpen. En breng ons allemaal weer veilig thuis. Amen.’

Meditatieve momentjes
En toch. Toch merk ik dat al die woorden in mijn bidden steeds vaker plaats maken voor stilte. Voor luisteren. Bewust worden. Hij is er. Ik ben er. De mensen om me heen zijn er. Bidden als bewuste manier van zijn. Om meer bewust te leven. Open te staan voor de wereld om me heen. Mijn gebedsleven bestaat nu vooral uit woordeloze schietgebedjes en meditatieve momentjes. Ogenblikken van contact met God. En als ik behoefte heb aan iets meer dan een ogenblik, dan helpt het om lekker een stuk te wandelen. In stilte.

Ontroerend mooi
Voorbede krijgt daarin ook een mooie plek. Bewust stilstaan bij de ander. Het leven van de ander. Het leed van de ander. Dat hoeft niet per se met woorden. De Amerikaanse Iraniër Kamran Yaraei vergelijkt in zijn meditatieboekje Food for the heart het doen van voorbede met het aansteken van kaarsen in je hart. Een mooi beeld. Ik moest eraan denken toen ik laatst in een stilteviering meemaakte hoe we alleen maar de namen noemden van degenen voor wie we wilden bidden. Een zee van namen, die golf voor golf door de ruimte spoelden. Ontroerend mooi.

Terug naar de vergadertafel. En naar de vraag: ‘Wil je met ons bidden?’ Wat doe ik nu als die vraag me weer gesteld wordt? Misschien kies ik wel een mooi gebed uit de rijke christelijke traditie. Een psalm, of een gebed van Franciscus. Of ik stel voor om samen het Onze Vader te bidden. Of misschien… Misschien kies ik wel voor een moment van stilte.


 

Lees ook de twee blogs van Daniel de Wolf over bidden:

* De comeback van het gebed (1): enkele persoonlijke gedachten

* De comeback van het gebed (2): de profetie van Bonhoeffer