Boos op God

De Britse acteur en komiek Stephen Fry is boos op God. Als een vulkaan spuwt hij zijn beschuldigingen aan het adres van een ‘maniakale’ en ‘ongelooflijk egoïstische’ God uit. Waar anderen misschien in afschuw over zoveel verbale godslastering afhaken, kan ik alleen maar met Fry meevoelen.

Onrecht

Nog niet zo heel lang geleden was ik ook boos op God. Rond mijn dertigste verjaardag stortte mijn veilige godsbeeld in elkaar. Plotseling overleed mijn – nog vrij jonge – vader. Dat er een eerste kleinkind op komst was, had ik hem niet kunnen vertellen. Voor het eerst snapte ik echt hoe pijn voelt. Hoe het is als je je leven niet meer in de hand hebt. Als ellende je overkomt. Als er iets dat groter is dan jij ingrijpt in je leven. Was dat God? Dat laatste werd voor mij de centrale vraag. Ik had geleerd dat God mijn leven in zijn hand had. God was almachtig en goed. Waarom had Hij dit laten gebeuren? Hij had het toch kunnen voorkomen?

Geen betrokken God

Ik werd boos, heel boos. Op het leven, op God. Ik zocht naar antwoorden op mijn waaromvraag in de kerk, maar kreeg vaak het cliché-antwoord ‘dat ik niet moest vragen waarom, maar waartoe?’ Boosheid was slecht. Boosheid op God hoorde niet. Dus slikte ik mijn boosheid in. Het resultaat was een diepe, intense woede als uitvloeisel van mijn eigen boosheid, mijn teleurstelling, mijn pijn. Niks betrokken God. Een mijlenver-van-ons-verwijderde God op wie je niet boos mocht zijn. Die zich niet liet horen als er moeilijke vragen werden gesteld, als Hem het vuur aan de schenen werd gelegd. Ik zag het bewijs in mijn eigen leven en zag het in wereld om me heen. Ik kon het niet rijmen, net als Stephen Fry.

Boosheid koesteren

Inmiddels ben ik jaren verder en nee, ik heb nog steeds geen antwoord op mijn vragen. Ik kan nog steeds boos worden om onrecht, ellende in mijn eigen leven en in de levens van mensen om me heen. Ik slik het alleen niet meer in, ik ben trots op mijn boosheid. Het is het bewijs van betrokkenheid. Zonder boosheid ook geen oprechte blijdschap. Ik heb geleerd om het te koesteren. De Duitse Benedictijner pater Anselm Grun legt dat heel mooi uit:

Alles in ons heeft recht om te leven. Ook de schaduwkanten. Als we onze negatieve kanten te veel verdringen heeft dat een destructief effect op ons leven en wordt het leven telkens geblokkeerd. Negatieve kanten kunnen je in de vorm van depressies blokkeren. Ze kunnen ook als agressie je liefde kapot maken. Alles wat God me gegeven heeft, wat in me leeft, dat ik dat ook leven laat. Dat moet wel gevormd worden. Ik mag mijn negatieve kanten niet gewoon botvieren. Maar ik moet me afvragen op welke gebieden ik eenzijdig leef. Als ik alleen maar lief ben, verdwijnt de agressie en wordt mijn liefde krachteloos. De agressie kan de liefde ook bevruchten zodat die tot actie leidt en mensen echt helpt.

Boosheid kan een enorme drijfveer zijn tot actie. Worstelen met God om op die manier op te staan tegen onrecht. Ik hoop dat het Stephen Fry lukt om zijn woede niet ongelimiteerd te botvieren, maar om er zijn liefde voor anderen krachtig mee te maken. Dan kunnen er mooie dingen gebeuren.