3 levenslessen van Stromae

Het publiek van Stromae is dwars door alle culturen en generaties te vinden. EU-topman Frans Timmermans weet het zeker: Stromae is het antwoord op alle vragen die de nieuwe generaties oproepen. Hij is de slungelige belichaming van de moderne filosofie dat ieder individu zijn eigen pakketje aan normen en waarden mag samenstellen. Wat zijn dan de waarden van Stromae? Ik dook in zijn diepzinnige Franse frases en taalkundige spelletjes, en zette 3 levenslessen van Stromae die er het meest uitsprongen op een rijtje.

  1. Ik ben noch het één, noch het ander

Stromae is niet in een hokje te stoppen, en is daar bovendien trots op. In zijn felle song Bâtard (bastaard) maakt hij duidelijk dat hij ‘noch het één, noch het ander’ is. Als halfbloed (Belgische moeder, Rwandese vader) weet hij waar hij het over heeft. Eigenlijk hoort Stromae nergens bij, hij is blank noch bruin. Bâtard is een snijdende aanklacht tegen het partij móeten kiezen. Stromae hekelt verdeeldheid, hij weet hoeveel het kapot kan maken. Als Rwandees ziet hij een land dat in tweeën is gescheurd door Hutu’s en Tutsi’s, als Belg neemt hij de scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië waar. Hij trekt de lijn ver door. Zijn muziekstijl is een smeltkroes om u tegen te zeggen. Stromae mixt Congolese rumba, salsa, hip-hop en dance met elkaar, en creëert een unieke identiteit. En dan is er natuurlijk nog de briljante clip bij Tous Les Mêmes, waarin Stromae man en vrouw tegelijk is. Of geen van beiden. Ni l’un ni l’autre.

  1. Dansen en huilen tegelijk

Als Stromae ons iets duidelijk wil maken, is het wel het belang van dans. Dans is het beste medicijn tegen de bruutheid van het leven, luidt de boodschap van Alors On Danse, en ook Ta Fête. Waarom het beste medicijn? Omdat het mogelijk is om tegelijkertijd te dansen en te huilen. Het leven is niet enkel vreugde, het is ook verdriet. Stromae heeft zijn vader nauwelijks gekend voordat hij stierf tijdens de Rwandese genocide. Stromae was toen negen. ‘Iedereen weet hoe je baby’s moet maken, maar niemand weet hoe je vaders moet maken’, is zijn grote verwijt aan de wereld in Papaoutai. De combinatie van vreugde en verdriet noemt Stromae melancholie. Hij maakt muziek van die melancholie, door zijn hartverscheurende teksten op frivole dance-beats te zetten. Zijn publiek schotelt hij zowel een briljante, tot in de puntjes uitgedachte act voor, alsook zijn kwetsbare ziel. Het maakt hem eerlijker en echter dan vele van zijn plastic collega’s. Stromae kijkt zijn pijn recht in de ogen aan. Maar altijd dansend.

  1. Narcist met een hekel aan narcisme

Stromae heeft een haat-liefdeverhouding met zichzelf. Met zijn veel te mooie, gladde gezicht, zijn caramelhuid, zijn grijsgroene ogen en volle lippen. Met zijn slungelige, schielijke lijf, de lange, dunne benen waar hij zich geen raad mee weet, behalve als hij danst. Hij worstelt met zichzelf, met zijn succes, met zijn imago. ‘Ik ben het extremisme van narcisme. Ik ben een snob, maar ik haat snobisme’, biecht hij op aan een zaal vol studenten tijdens College Tour. ‘Mijn werk is daar het bewijs van.’ Het nummer Carmen wijdt hij volledig aan dit thema. Stromae maakt zijn muziek in eerste instantie voor zichzelf, zegt hij. Te bang om zich afhankelijk te maken van de waardering van anderen. Egoïstisch uit onzekerheid. Narcistisch genoeg om het podium op te eisen. En tegelijkertijd walgt hij ervan. Stromae omarmt deze paradoxen en is er goudeerlijk over.

Gigantische kloof

Ik herken mij in Stromae, in zijn ongrijpbaarheid, zijn onzekerheid en ook zijn narcisme. Tussen zijn filosofie en mijn christelijke roots zie ik soms een gigantische kloof. Het christendom klampt zich nog al te vaak vast aan hokjes en vakjes, iets waar Stromae fel tegen predikt. Veel gelovigen zouden zich geen raad weten met deze clown, die al dansend alle orde verstoort en een kleurrijke chaos achterlaat waar hij gaat.

Ik houd van beide werelden, en zou ze zo graag iets dichter bij elkaar brengen. Als Stromae werkelijk iemand is met wie nieuwe generaties zich identificeren, zou het dan niet mooi zijn als er binnen het christendom meer ruimte wordt gecreëerd voor zijn filosofie? Ruimte voor iedereen die noch het één, noch het ander wil zijn. Voor jonge, onzekere narcisten. Het christendom als een plek waar verschillende generaties, culturen en andersdenkenden hand in hand met elkaar huilen en dansen.

Foto: Kmeron