Een standbeeld voor twijfelaars en ketters

‘Mag ik van hedendaagse ketters… De dominee die zegt dat Jezus een sprookjesfiguur is? Ha, kwartet!’ Acht jaar na de Zeeuwse, atheïstische dominee Klaas Hendrikse (‘God bestaat niet, Hij gebeurt’) staat een nieuwe ketter op in de Protestantse Kerk in Nederland. De Nijkerkse dominee Edward van der Kaaij gelooft niet meer dat Jezus een historische persoon was, maar een mythische figuur, gebaseerd op oude Egyptische verhalen. Uiteraard kreeg hij meteen het stempel dwaalleraar die het belijden van de kerk aantast. Hij is al een keer van de preekstoel geweerd en er is al smalend geroepen dat hij beter kan solliciteren bij het Humanistisch Verbond.

Eén boek

Er is van alles af te dingen op Van der Kaaijs opmerkelijke verhaal. Dat gebeurde afgelopen week dan ook uitgebreid. De dominee baseert zich naar eigen zeggen op maar één boek, dat al meer dan honderd jaar oud is. Het historisch onderzoek naar Jezus heeft sindsdien natuurlijk niet stilgestaan; veel niet-gelovige onderzoekers komen tot de conclusie dat er wel degelijk overtuigend bewijs is voor de historische Jezus.

Lef

Toch vind ik dat Van der Kaaij beter verdient dan de hoon die hij krijgt, en andere ketters als Rob Bell (‘De hel als eeuwige straf bestaat niet’) en Peter Rollins (‘Geloven is leren God te doden’) met hem. De Nijkerkse dominee roept met zijn verhaal vragen op, zoals ketters dat altijd doen. Terechte vragen, die echt niet allemaal zijn beantwoord door het bewijs voor een historische Jezus. Bijbelwetenschappers en historici vragen zich namelijk wél af of alles wat is opgeschreven over Jezus ook daadwerkelijk aan hem toegeschreven kan worden. Bovendien zijn de evangelieschrijvers – in het betekenis geven aan wie Jezus was – vermoedelijk wel degelijk beïnvloed door mythologie uit de culturen om hen heen. Veel kerkgangers gaan ervan uit dat de hele bijbel letterlijk door God gedicteerd is (of letterlijk geïnspireerd, wat min of meer op het zelfde neerkomt) en de evangeliën gelden als journalistieke ooggetuigenverslagen. Maar veel dominees weten stiekem natuurlijk wel beter. Alleen vertellen ze dat het kerkvolk niet, want dat geeft onrust. De kans is groot dat ze in hun preken dingen over Jezus beweren, waarvan ze geloven of hopen dat het waar gebeurd is, maar helemaal zeker weten doen ze het niet.
Van der Kaaij neemt er geen genoegen mee, en heeft het lef om de vragen en twijfels die hij heeft hardop uit te spreken. Met het risico dat hij een persona non grata wordt in de kerk, en erger nog: zijn baan verliest en zijn carrière als dominee verder wel kan vergeten. Los van de verregaande en aanvechtbare conclusies in zijn verhaal, stelt hij ons wel hardop de vraag: ‘Hangt het hart van het christelijk geloof af van de historiciteit van Jezus? En waar leg je dan je grenzen? Is de opstanding wel echt, de wonderen niet?’

Vrijheid van geloof

Wat je wel en niet gelooft van Jezus, gebaseerd op wat je leest in de bijbel, is een geloofskeuze, en geen zekerheid. Iedereen moet daarin vrij zijn om te kiezen, vind ik. Vrijheid van geloof, ook binnen de kerkmuren, lijkt mij een groot goed. Boele Ytsma neemt het in zijn boek Van de kaart op voor deze twijfelende en zoekende christenen, voor wie de ‘kathedraal van zeker weten’ is ingestort en die ‘van de kaart’ zijn. Hij heeft deze twijfelaars – die ‘ketters’ worden zodra het twijfelende theologen zijn – op het schild als profeten en pioniers, die nieuw land ontdekken, en ook op die manier ‘van de kaart (af)’ zijn.
Boele schetst in zijn boek een ideaalbeeld van de kerk als een ‘gemeenschap van mensen rond een geopende bijbel’ – wat je dan ook van die bijbel vindt. Waar het over Jezus gaat – wie Hij dan ook precies voor je is. De kerk als ‘open plek, waarin geen enkele vraag niet gesteld mag worden. Een open, zoekende gemeenschap rond een open, veelstemmige bijbel en een Jezus-zonder-dogma’s.’ Een kerk met een ‘liturgie van het ‘lege midden’, waarin God ontmoet kan worden voorbij alle antwoorden en waarheden. Want niet de antwoorden op de vragen maken ons kerk, maar het feit dat we die vragen willen stellen en daarover met elkaar in gesprek zijn.’

Een standbeeld in het lege midden

Ik ben het volkomen eens met Boele. Het zijn juist de twijfelaars en de ketters die de vragen durven stellen. Het is wat mij betreft dan ook de hoogste tijd voor een standbeeld voor ketters! Een mooie plek zou op het Domplein kunnen zijn, in Utrecht. In het ‘lege midden’ dat de beroemde 17e-eeuwse storm daar in de Domkerk heeft gecreëerd. Of misschien is het nog wel betekenisvoller om een mooie plek uit te zoeken in Dordrecht. De stad waar de grondslagen voor de Protestantse Kerk in Nederland werden gelegd, waar Arminius als grote ketter uit de kerk werd gegooid, en waar met de Dordtse Leerregels een dijk werd opgeworpen tegen alle vragen. Dat zou nog eens een statement zijn…