Het ligt niet aan voetbal, het ligt ook niet aan religie

Alles van waarde is weerloos, houdt de dichter Lucebert ons Rotterdammers voor vanaf een hoog gebouw vlakbij de nieuwe Markthal. Dat hadden de Feyenoord-supporters wat beter mogen onthouden toen ze afreisden voor een uitwedstrijd en schade aanrichtten aan eeuwenoud erfgoed. De stad Rome is mij liever dan heel veel van alle kwetsbare schoonheid op deze aarde. Niettemin typ ik dit blogje in licht euforische staat. Want ik heb mijn cluppie zien scoren in de Europa League.

Nu een keer geen religie
Ben ik nu een hypocriet? Een wegkijker die een paar kapotte fonteintjes door de vingers ziet omdat hij dat barbarisme een redelijke prijs vindt voor 90 minuten voetbal? Ik vind van niet.
De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo ligt nog vers in ons geheugen. Zoals wat ongenuanceerde bozen toen riepen dat we ‘religie’ nu maar helemaal moesten afschaffen, zo zullen er nu stemmen zijn die het voetbal liever uit de wereld zien verdwijnen. Toen schreef ik: ‘Het ligt niet aan religie!’ en nu het vervolg – zelfde argumenten, andere rugnummers. Het. Ligt. Niet. Aan. Voetbal.

Religie en voetbal
Religie is een manier van mensen om hun relatie met zichzelf, de ander en de Ander (vaak collectief) te duiden en in een groter licht te plaatsen. Dat heeft door de eeuwen heen velen geholpen. Sport is een manier van de mens om te ontspannen en het lichaam te oefenen. Dat gaat gepaard met een leuk sociaal element: gezonde competitie, teamgeest. En de catharsis van winnen en verliezen. Zowel religie als sport voorziet zo in de behoefte van de mens om er ‘helemaal uit te zijn’ en het leven wat beter aan te kunnen. Daar is niets mis mee.

Minder sympathieke kanten
Inherent aan sport en religie zijn twee gevaren:

  1. Het groepsgevoel. Men hoort bij een club, meet zich een identiteit aan (Jehova’s getuige, PSV’er) – maar dat grenst iedereen buiten die groep automatisch af.
  2. Absolute standpunten. Daaraan verwant: het strijdlustige. Zoals de IS een wereldomvattend kalifaat wil en de minder chique voetballiederen de ‘vijand’ als kakkerlakken wil vertrappen.

Moeten we sport en religie verbieden om die twee redenen? Ik zeg van niet. Deze dynamieken zijn sociologische processen die ook bij andere (ook politieke en sociaal-ethische) verenigingen horen. Ze zijn onvermijdelijk, overal waar mensen iets samen ondernemen.

Gematigd, gematigd!
Er zijn dagen denkbaar dat ik ’s ochtends zing (of zelfs preek) dat Christus het Woord is, en ’s middags brul dat er geen sterker woord is dan ‘Feyenoord’. In beide gevallen volledig gemeend – maar ik loop als gematigd, vriendelijk mens de tempel uit. Dat doen de meesten van ons. Miljoenen voetbalfans liggen met bierbuik op de bank naar hun club te kijken. Miljarden gaan na de religieuze viering op de koffie bij opa en oma. En per saldo hebben kerk en sport ons (en dus de wereld) goed gedaan.

Maar dat geweld dan?
Die hooligans (IS, Feyenoord-relschoppers) zijn verwarde mannen. Of het er nou vier- of tienduizend zijn. Hun geweld heeft álles te maken met de vereniging waar zij lid van zijn. Want in die verenigingen liggen onmiskenbaar handvatten voor alle geweld. Maar het overgrote deel van ons kan daar normaal, genuanceerd mee omgaan.

De oorzaak van geweld ligt in de mens zelf. In onrust en onlusten. Sociaal-economisch (armoede, onveiligheid of juist decadente verveling) en psychisch (moeilijk leven, gecompliceerd karakter). Sport en religie zijn ironisch genoeg voor de meesten van ons vredige manieren om met dat soort gevoelens te dealen. Die dingen uit de wereld halen zal geweld dus eerder doen toenemen.
De wortel van kwaad en geweld zit nergens anders dan in de mens zelf. Het is daarom dat ik nog wel begrijp dat ik in 2011 wel eens een tekst uit de Bijbel of de Catechismus besprak die zei dat ‘de mens van nature geneigd is tot alle kwaad’. Een nogal massieve tekst. Maar gezonde mensen kunnen gematigd omgaan met aanmatigende materie. Goddank.

Alain Verheij kotst zelf ook van die eeuwige vergelijking tussen geloof en voetbal. Hij belooft dat hij het hierna nooit meer doet, alhoewel hij ook in het nahouden van grote beloften nogal gematigd en genuanceerd is.

 

Foto: ANP/Vincenzo Tersigni