I Believe I am Gay: levensgrote portretten van religieuze LGBT’s

Het Bijbels Museum toont vanaf 13 maart de fototentoonstelling I Believe I am Gay. Fotografen Hadas Itzkovitch en Anya van Lit hebben gedurende de afgelopen twee jaar 37 religieuze lesbiennes en homoseksuelen geportretteerd, van alle leeftijden en alle grote religies. “Het gaat om deze mensen en hun verhaal, zonder oordeel”, legt Hadas uit. “Kunst is in dit geval een manier om een mooi statement te maken.”

Welk beeld van de leefwereld van religieuze LGBT’s hadden jullie voordat je met dit project begon?
Hadas: “Wij zijn altijd nieuwsgierig naar dingen die we niet in onze directe omgeving tegenkomen. Bij ons rees de vraag: kun je eigenlijk homo en religieus zijn in Nederland? Waar zijn die mensen, en met hoeveel zijn ze? Onze verwachtingen lagen niet hoog. We zeiden tegen elkaar: het zou al mooi zijn als we er vijf kunnen vinden. Toen we ons hierin verdiepten, ging er een wereld voor ons open. We zijn echt positief verrast.”

Op welke manier zijn jullie positief verrast?
Hadas: “We ontdekten dat religie mensen verbindt. Zodra we één homoseksuele voorganger vonden, kon hij ons binnen zijn netwerk weer aan andere namen helpen. Zo werden we voortdurend doorverwezen. Wij waren nog nooit met deze groepen in contact gekomen. Dat ze zo open zijn en echt een beweging vormen, was een openbaring.”
Anya: “Toen we de modellen leerden kennen, zagen we dat het stuk voor stuk mensen waren met een heldere overtuiging. Als je als atheïst naar een religieus mens kijkt, zoals wij dat als kunstenaars deden, dan zie je iemand die vreugde en kracht uit zijn geloof haalt. Deze mensen zijn open, staan midden in het leven en zijn gewoon hip. Dat heeft ons eerlijk gezegd wel verrast.
We merkten ook dat het thema over het algemeen steeds makkelijker besproken wordt. Het gaat er steeds meer over, wereldwijd. We zien op dat gebied echt een opleving. Maar het is nog niet pitch perfect.”

Waaraan merkten jullie dat het nog niet pitch perfect is?
Hadas: “Het was bijvoorbeeld moeilijk om hindoes te vinden, die wilden vaak niet op de foto omdat ze niet publiekelijk uit de kast wilden komen. Dat wordt binnen hun religie niet geaccepteerd. Ook orthodoxe christenen en orthodoxe moslims hebben het vaak niet makkelijk. We hebben heftige verhalen gehoord van homo’s die om genezing moesten bidden. Nederland valt in dat opzicht nog mee. In onze tentoonstelling zie je ook Oegandezen die om hun geaardheid naar Nederland zijn gevlucht, anders belandden ze in de gevangenis. Maar de balans is positief, we hadden meer negatieve verhalen verwacht.”

Welke rol spelen jullie foto’s in deze ontwikkeling?
Anya: “Dit project gaat over meer dan schoonheid. We houden ook verschillende evenementen, panels en debatten in het land. Die vormen samen met de tentoonstelling en het bijbehorende fotoboek een mooi, compleet geheel.”
Hadas: “We hebben heel bewust gekozen voor echte mensen met echte verhalen, het zijn geen modellen. De verhalen staan niet naast de foto’s. We willen in de eerste plaats dat het beeld tot je spreekt, zoals alleen beeld dat kan doen. Schoonheid is een manier om mensen dichterbij een onderwerp te brengen. Kunst is subtiel: je laat het beeld spreken en zegt niet hoe de kijker het moet interpreteren. Een foto biedt je een moment van stilte. Deze foto’s stralen uit wat de relatie van het model is met de God waar hij of zij in gelooft.”

Op welke manier wordt die relatie tot God zichtbaar?
Anya: “Dat kan uit veel dingen blijken: de blik, de houding, de kleinste details. We wilden dat de foto’s iets tijdloos’ uitstralen en dat ze helemaal om het model draaien. Daarom hebben we gekozen voor een studio. Van sommige modellen hadden we wel 200 foto’s gemaakt. Maar allebei zagen we elke keer meteen: dit is de foto. Het gaat om dat ene moment van bezinning en stilte.
De modellen kenden we nog niet. We legden contact en gingen vervolgens onze ideeën delen. We vroegen: wat is je relatie tot het geloof? Welk symbool spreekt je aan? Wat is je lievelingspassage uit het boek dat bij je geloof hoort? Zo ontstond bij ieder model een persoonlijk beeld.
Erwin, de joodse man, staat met zijn rug naar de camera en met zijn gezicht en profil. Hij maakt de eerste beweging die bij het joodse gebed hoort, wat een prachtige compositie oplevert. Wielie, een christelijke predikant, draagt een dikke, zware bijbel heel licht op zijn hoofd. De Bijbel kan nog zo zwaar zijn, Wielie gaat er lichtvoetig mee om. Er zijn twee moslimmannen met een versierde baard, eentje met rode, glimmende granaatappelpitten, eentje met hortensiabloemen. Een baard is, zeker in de islam, een teken van harde mannelijkheid. We wilden de baard zacht maken.”

Wat heeft de tentoonstelling jullie als atheïsten bijgebracht over religie?
Anya: “We hebben heel veel geleerd over de vijf religies. Wat me het meest is bijgebleven zijn al die verschillende interpretaties die er van het geloof zijn. En dat die allemaal een plaats binnen de samenleving mogen hebben. Geloof zit in je. De heilige boeken zijn geschreven woord. Hoe interpreteer je die oude teksten? Wat is de waarheid? Daar zit veel rekbaarheid in en iedereen gaat er op zijn eigen manier mee om. Wat ons het meest geraakt heeft, is dat het geloof steun biedt en dat deze mensen er kracht uithalen. Ondanks de soms moeilijke weg die ze hebben te gaan. Dat versterkte soms juist de relatie met hun God.”

De tentoonstelling I Believe I Am Gay is tot 14 juni 2015 te zien in het Bijbels Museum in Amsterdam. Heb je interesse in het bijbehorende fotoboek, dan kun je mailen naar [email protected]

Foto: © Itzkovitch en Van Lit