God is goed. Ja, ja…

M’n oudste dochter van acht dondert (mooier kan ik het niet maken) zojuist van de trap. Geschrokken van het lawaai zien wij haar onderaan de trap met haar hoofd naar beneden liggen…

De schade valt mee, maar ze heeft pijn aan enkele schaafwonden en huilt van schrik. Wanneer we haar op bed leggen, horen we haar met een snikkende stem een psalm zingen die ze vandaag hoorde op het nieuwe album van vriend Ronald Koops: ‘Loof de Heer, want Hij is goed. Heerlijk is zijn naam…’ En weer snikt ze. En ik snik bijna met haar mee. Onder de indruk van haar liefde voor God. God is goed. Daar twijfelt Julia niet aan. Ook niet nu zij zojuist de trap af donderde…

Allergische reactie 

Hoe anders is het vaak wanneer ik iemand vroom – en ongetwijfeld oprecht – hoor zeggen ‘God is goed’, nadat ze gedeeld hebben dat ze wonderbaarlijk genezen zijn, tegen alle verwachtingen een baan gevonden hebben, het gewenste sponsorbedrag binnen hebben gehaald. God is goed. Zeker. Toch krijg ik er spontaan een allergische reactie van. Want waar is deze geloofsbelijdenis op gebaseerd? Op het cadeautje dat we zojuist hebben gekregen. Een flinterdunne basis…

Mooie woorden 

Afgelopen week kregen mijn vrouw en ik onze derde dochter. Op het kraambed hebben wij voor onze prinses gebeden, gedankt en hebben wij haar gezegend. ‘God is goed.’ Maar hadden wij dit ook kunnen zeggen als het anders was geweest? Als ze zwaar gehandicapt ter wereld was gekomen? Als mijn vrouw het maar nauwelijks overleefd had…?

Waarom is God goed? Om zijn presentjes? Of durven we deze mooie woorden ook uit te spreken als we – op wat voor manier dan ook – van de trap donderen? Julia weet het wel. “Loof de Heer, want Hij is goed…” Ook zo’n tien treden lager…