On-eigentijdse verzuchting à la Kierkegaard

Natuurlijk weet ik ook wel dat het leven veel ingewikkelder is, maar laten we er nu eens van uitgaan dat je er maar op een paar manieren in kunt staan. We houden het op drie. (Altijd een goed getal…)

1. Stel, één van die manieren is de esthetische. Schoonheid boven alles. Wel breed opgevat, dat begrip schoonheid, maar het gaat om mooi of niet mooi, leuk of niet leuk, lekker of niet lekker, cool of niet cool. Vormgeving is wezenlijk. Het is onvoorstelbaar dat iets dat er toe doet niet mooi zou zijn. Bij zo’n esthetisch leven hoort afwisseling. Bij stijl hoort mode en die moet veranderen voordat het vervelend wordt. Bovendien bewijs je door te innoveren dat je voorop loopt. Niet onbelangrijk, want in het grijze midden van de grote groep volgers wil je als estheet niet aangetroffen worden. In zo’n dynamisch bestaan hoef je nooit lang te wachten op het vervullen van een behoefte aan iets ‘anders’ of iets ‘nieuws’.

2. Stel, een andere manier om in het leven te staan is de ethische. Nu draait alles om goed of niet goed, verantwoord of niet verantwoord, deugen of niet deugen. De wereld moet en zal beter worden en daar zijn principiële mensen voor nodig. Je moet kunnen afzien van de onmiddellijke vervulling van je eigen behoeften en gaan voor grotere belangen. Je kunt geen onrecht zien en hebt een nieuwe wereld voor ogen waar je aanhoudend op af koerst. Geen gelegenheid blijft onbenut om anderen daarvan te overtuigen en te wijzen op wat er nu nog allemaal fout gaat.

3. Stel, een derde manier waarop je kunt leven is de religieuze. (Dat woord graag positief opvatten; niet als de foute, institutionele vorm van geloven.) Nu wordt het even lastig, want waar het nu om gaat is niet in simpele of/of tegenstellingen te beschrijven. Als dat al zou kunnen wordt dat zoiets als: ‘alles of niets’. Het loslaten van alle esthetische intuïtie en ethische logica. Loslaten, niet weggooien! Zonder vormgeving en ethiek kunnen we helemaal niet bestaan, maar de religieuze mens heeft ze niet meer nodig als leidraad of als fundament. De religieuze mens heeft de angst overwonnen dat zij zonder innerlijk kompas of uiterlijke regels verloren gaat. Zij durft voortdurend en alsmaar opnieuw de sprong te wagen om ‘voor God’ te verschijnen en volgende stap in vertrouwen te zetten.

 

Stel dat die versimpelende driedeling wat licht kan werpen op het spirituele landschap van de afgelopen jaren:

– dan zie ik wel heel veel esthetiek en ethiek voorbij komen;

– dan moet ik wel heel veel tijd besteden aan mijn vormgeving om up-to-date te blijven en te laten zien dat ik ‘deze tijd begrijp’;

– dan moet ik creatief zijn, in mijn kracht staan, positief zijn en nog zo wat meer;

– dan moet ik wel bezig zijn met ‘herstellen’ en maatschappelijk relevant zijn om iets van het Koninkrijk zichtbaar te maken.

 

Wordt het niet weer eens tijd om het veel meer te hebben over de meest wezenlijke ommekeer die een mens kan meemaken: de transformatie van zelf-gecentreerd, moralistisch ‘ik’ in een verlossing ontvangend ‘zelf’? Zou ‘al het andere’ daar niet na komen? En kom nou niet met de karikatuur dat het dan alleen maar gaat om mijn ‘individuele zieltje’. Dat individuele zieltje kon ook wel eens heel veel aandacht opeisen in al die vormgeving en wereldverbetering. Je kunt je leven geven voor een nobel en goed doel, zonder dat het er ook maar iets toe doet. Esthetische en ethische zaken gaan er namelijk pas toe doen als ze ergens anders op gebaseerd zijn.

 

Geschreven door Geert Jan Blanken