#35 Troost in het lijden #40dagentips

‘Onze samenleving is zo in succes-denken geworteld, dat mensen die geen succes hebben uit de boot vallen en eenzaam achterblijven. We vinden dat we verdienen wat we hebben bereikt, maar niet iedereen heeft dezelfde kansen. Wie niet aan de bak komt, zich ongelukkig voelt en niet slaagt in zijn huwelijk, gaat naar de reddingsboot van de psychiater’, zei de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter, schrijver van het boek Borderline Times, op Radio 1 in Dit is de Dag. ‘Onwaarschijnlijk veel mensen komen bij mij komen uithuilen: ‘Ik kan het niet meer’. Daar zijn ook in onze ogen hoogst succesvolle mensen bij.’

Elke keer schrik ik er toch weer even van, als ik hoor dat iemand in mijn omgeving eruit klapt met een ‘burn-out’. Jonge mensen vaak, dertigers en zelfs nog jonger. Zelf ervaar ik ook dat het leven soms veel energie kost, en ik stel me wel eens voor hoe het is als het draadje ook bij mij op een dag knapt. Dat probeer ik te verwoorden in dit gedicht:

Vlucht naar voren

Zo spring ik steeds van schots
naar schots en scheef steeds
schever zakt de schots totdat
ik natte voeten dreig te krijgen
en de vlucht naar voren verder
gaat tot scheurtjes in het elastiek
mij dwingen halt te houden voor
het knapt
ik knarsetandend toe moet kijken
hoe het vluchten verder gaat ook
zonder mij ook

zonder mij

wat ben ik dan nog waard?

In dat gevoel van: ‘Wat ben ik dan nog waard?’ ga ik op zoek naar waar ik troost vandaan zou kunnen halen. Ik denk terug aan een Dit is de Nacht interview dat ik eens deed met Govert Jan Bach, over de Matthäus Passion. Hij vertelde me hoe mensen juist door de identificatie met het lijden van Jezus troost vinden en verlichting van hun eigen lijden. ‘Als ik eenmaal zal sterven, geef me dan het vertrouwen dat ik niet alleen ben.’ Hij is bij ons, zelfs als we op sterven liggen: Hij is al door de jungle van het sterven heen gegaan.

Zo stel ik me voor hoe diep Jezus zelf is gegaan. Hij worstelde met het lijden dat voor de deur stond. Hij wist: dit wordt vreselijk, en vroeg: Laat deze beker aan mij voorbij gaan. Ik stel me voor hoe Hij naast me zal staan, hoe diep het ook zal gaan, omdat Hij daar al doorheen is gegaan. Dat is de troost: geen quick fix, maar Hij is er wel bij. Vandaar dat mijn gedicht dit einde heeft: