Voeten wassen op de donkerste plek op aarde

Vanaf mijn knielende positie op de koude, betonnen vloer word ik glimlachend aangestaard. Haar tengere lichaam, gehuld in iemands tweederangs afdankertjes, verdwijnt bijna in de rafelende bank. Haar aderen zichtbaar door de honger, haar spieren verkrampt door de ALS. Ik haal het laatste beetje lavendel bodylotion uit het potje en begin weer te masseren. Mijn handen zijn door het water bijna net zo rimpelig als haar oude, aangetaste voeten. Het gevoel van onsmakelijkheid dat ze oproepen, is iets wat ik na een maand Albanië bijna direct kan loslaten. Op de harde manier heb ik hier de kunst van dienend kijken geleerd.

Schoonheid in gebrokenheid

Dienstbaar zijn met onze ogen. Kijken en de goedheid, liefde en menselijkheid in de gebrokenheid zien, geeft ongekende mogelijkheden tot het vinden van schoonheid. Deze schoonheid ligt echter altijd verborgen ver buiten je comfortzone. De enige manier om het te ontdekken is het zelf bewust op te zoeken. In plaats van ons doen af te stemmen op ons zien, moeten we ons doen oprekken om te kunnen zien. De Albanese gehandicapten en ouderen hebben mij dit duidelijk gemaakt. Pas toen ik hen liet lachen, zag ik in hun tandeloze glimlach de blijdschap en geluk die mij van hen deed houden. Pas toen ik hen aan het kleuren kreeg, zag ik in hun trots en creativiteit de mens achter het kasplantje. Hoe moeilijker, wereldser en zondiger de situatie, hoe groter de schoonheid en liefde die ik vond. Compleet omringd door het meest confronterende en gebrokene wat de wereld te bieden had, voelde ik me meer verbonden en meer verlicht dan ooit.

Prikkende ogen

Voorzichtig en teder wrijf ik de zachte, geurende lotion over haar eeltplekken. Met ogen vochtig van dankbaarheid kijkt ze naar mij, het Nederlandse meisje dat gekomen is om haar voeten te wassen. Het zijn dezelfde ogen die in stilte jarenlang het seksueel misbruik van haar dochter hebben aangezien. De dochter die zelf haar aangeklaagde vader naar zijn rechtszaak moest brengen en moest luisteren naar haar moeders gelogen alibi. De dochter die mij nu met twee glazen limonade in haar hand gadeslaat. Net zoals haar misbruiker en vader, vanuit zijn statige lijst op de verder kale muur. De moeder pakt met haar trillende handen mijn hand stevig vast. ‘Wil je voor me bidden? Wil je bidden dat mijn man weer vrijkomt? Ik kan zo niet leven. Ik heb geen inkomen, ik heb niks.’

Twee paar ogen prikken in mijn rug. Vanaf mijn knielende positie op de koude, betonnen vloer voel ik hoe ik wanhopig word aangestaard. Wanneer is het donker té donker om licht te bevatten?