Zelfwording: een van de meest mysterieuze zaken in het leven

Kierkegaard gebruikt in zijn werk regelmatig de metafoor van de dans als het over jezelf worden en echt leven gaat. Het leven vraagt iets van ons dat we per definitie eng vinden: tevoorschijn komen, een plek innemen en in beweging komen. Het leven vraagt ons ten dans, en wij staan niet bepaald te trappelen om die uitnodiging aan te nemen. In Kierkegaards woorden: we blijven liever vertwijfeld dan dat we onszelf worden. Want in beweging komen en jezelf worden betekent zichtbaar worden op de dansvloer; al vallend en opstaand de muziek gaan aanvoelen. Het betekent je overgeven aan een melodie en een ritme die van te voren onvoorspelbaar zijn; waarop je alleen kunt dansen als je je er aan durft over te geven. En dat lukt weer alleen als je vertrouwen hebt in je danspartner, de Ander.

Muurbloempjes en schreeuwerds
Kierkegaardiaans gezien zijn er twee typen gedrag op en rond de dansvloer, die allebei weinig met dansen te maken hebben. Sommige mensen stellen zich op als muurbloempjes. Ze zitten meestal niet opzichtig ‘niets te doen’ (dat zou de kans op een onvermijdelijke uitnodiging te groot maken), maar schuifelen en kletsen wat aan de kant. Een tweede categorie mensen wil zich onafhankelijk voelen van welke uitnodiging of danspartner dan ook. Ze springen de dansvloer op en beginnen te bewegen op een manier die weinig met de muziek te maken heeft. Daarbij zingen ze keihard in een poging het orkest hun liedje te laten overnemen. De muurbloempjes en de schreeuwers; hoezeer hun gedrag ook verschilt, ze lijken op elkaar. Ze geven zich niet echt bloot, en geen van beiden dansen ze.

Jezelf worden
Zelfwording; jezelf worden. Het is één van de meest mysterieuze zaken in het leven, of je nou religieus bent aangelegd of niet, want: wat is je ‘zelf’? Op een bepaald moment in je bestaan ga je ‘ik’ zeggen. De rest van je leven is er dan een middelpunt waaruit je de dingen ervaart. Dat wonderlijke verschijnsel heeft alles met je lijf te maken, waarmee je waarneemt en voelt, maar het gaat daar niet in op. Hoe de moderne hersenwetenschap ook voortschrijdt, al dat inzicht (als je het al begrijpt) helpt je niets verder met de vragen waarvoor je alsmaar weer staat: ‘wie ben ik?’ ‘wat wil ik?’ ‘waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe?’

Lopen boven een onpeilbaar diepe afgrond
Ikzelf (ook zo’n uitdrukking) heb daar vreselijk mee geworsteld. Het feit dat ik nergens houvast leek te kunnen vinden als die vragen me overvielen, maakten me regelmatig zo wanhopig dat ik bang was dat ik gek werd. Als student kon ik in Haarlem bij de bushalte naar Amsterdam staan en bijna panisch worden. Bijvoorbeeld bij de gedachte, de gewaarwording, dat alles in en om mij zo dun en vreemd aanvoelde dat ik bang was ’s avonds niet meer dezelfde te zijn. Ik vroeg me af of ik dan überhaupt nog zou weten welke bus ik terug moest nemen naar welk huis. Terwijl de routine van een gewone dag mijn gedrag bleef bepalen, en er aan de buitenkant niets zichtbaar was, beleefde ik de werkelijkheid als lopen op een flinterdun vliesje boven een onpeilbaar diepe afgrond.

Levend dood
In die tijd kreeg ik ook voor het eerst Kierkegaards boek De ziekte tot de dood in handen. Een boek over wanhoop. Over vertwijfeling waardoor je je zo in de greep kunt laten nemen dat je ‘levend dood’ bent. Echt leven doe je namelijk niet in die mistige gemoedstoestand.

Dat boek begint met een definitie van de mens, waarin staat dat de mens een zelf is. En kenmerkend voor dat ‘zelf’ is dat het niet een ding is dat je kunt ontdekken of ontplooien, maar een verhouding. Een verhouding tot.. jezelf! Daarmee lijk je van een koude kermis thuis te komen als je -zoals ik- piekerend en worstelend met jezelf door het leven gaat. Dan lees je liever verhalen over het ware zelf met gebruiksaanwijzingen om dat te vinden, zodat je wat stevigere grond onder de voeten krijgt. Maar daar gaat het volgens Kierkegaard nou net mis.

Een ego-project dat vroeg of laat moet stranden
Hij onderscheidt twee vormen van dat misgaan: mensen die het gelukt lijkt vanuit een stevig ik-besef de wereld tegemoet te treden, en mensen die de wereld liever niet betreden en proberen onzichtbaar te blijven. Die eersten lijken helemaal genoeg aan zichzelf te hebben. De tweede groep lijkt helemaal niets aan zichzelf te hebben. Maar ze zijn allebei even vertwijfeld in de zin dat geen van beiden zichzelf worden. Je herkent waarschijnlijk de twee ‘dansers’.

De trotse vertwijfelden leven met een constructie van zichzelf die ze niet meer durven te bevragen omdat ze weten dat alles dan zomaar in kan storten. Ze hebben zichzelf tot de makers van zichzelf verklaard, ze hebben hun doelen uitgestippeld en vechten tegen alles wat er op hun weg komt… en door! Dat is geen zelfwording, maar een ego-project dat vroeg of laat moet stranden.

De zwakke vertwijfelden meanderen door het leven en overleven door oplettendheid, aanpassen, op tijd bijsturen als er weerstand dreigt te komen… en door! Ook dat is geen zelfwording. Het is trouwens ook geen zelfverloochening. De laatste types –ik reken mezelf er onder- uiten trots door afzijdig te blijven en geen fouten te willen maken.

Voorwaartse stappen richting vertrouwen
Zo is de vertwijfeling van de trots in feite zwak doordat ze niet in een kwetsbare verhouding tot zichzelf en de wereld wil komen; en is de vertwijfeling van de zwakte in wezen trots. Twee lakens van hetzelfde pak. En op dat pak staat de naam: -hou je vast- zonde. De tweede helft van het boek De ziekte tot de dood gaat helemaal over dat ongemakkelijke, politiek incorrecte begrip zonde. Zonde is vertwijfeling bij Kierkegaard. Geen verkeerd handelen, maar je laten vasthouden in wanhoop. Het tegenovergestelde van zonde is dan ook geen deugd maar geloof. Over dat geloof gaat het in een volgend blog, maar we kunnen nu al vaststellen dat zelfwording en geloof alles met elkaar te maken hebben. Ze beginnen allebei met voorwaartse stappen richting vertrouwen.

Vertwijfelde zelfreflectie en wanhopige dadendrang
Eerlijk en open ervaren en toelaten wat er in en om je gebeurt, en vanuit die open houding het leven in stappen. Eén stap tegelijk. Niet achterover tuimelen in vertwijfelde zelfreflectie, niet vooruit stormen in wanhopige dadendrang. Beginnen te wandelen, dat komt als beeld misschien nog het meest in de buurt van die beroemde Sprong van Kierkegaard.

Jezelf tegenkomen, de ander tegenkomen, niets en niemand uit de weg gaan, de tegenstellingen die je ervaart niet wegredeneren of wegduwen. Gewoon de volgende stap zetten. Alleen op die manier gaat de wereld voor je open, word je jezelf. Martin Buber (die Kierkegaard goed gelezen heeft) heeft het ooit mooi verwoord: je wordt jezelf aan-de-wereld. Al bewegend ontstaat er iets nieuws. Een nieuwe mens, uniek en onvervangbaar.

Lopen op water
Dat is geen stappen zetten op een geplaveide weg, maar lopen op water. Het enige verschil met de onversneden wanhoop is dat er Iemand is die jij vertrouwt. De onpeilbare diepte onder je verdwijnt niet, objectief gezien verandert er aan de dreiging daarvan niets. En toch wordt alles anders… voor degene die voortdurend een eerste stap durft te zetten, degene die een begin durft te maken.

Mens worden en geloven, zelfwording en vertrouwen; bij Kierkegaard zijn ze onafscheidelijk verbonden. We kunnen dus naadloos overgaan in de volgende blog, over geloven: Want als men vergeten heeft religieus te existeren, heeft men ook vergeten wat menselijk existeren betekent. [Uit Kierkegaards dagboeken]

 

Dit blog van Geert Jan blanken is deel 2 van 4 semi-longreads.

Lees hier deel 1: Waag de sprong

 

Beeld: Jordan McQueen