Als God liefde is, waarom zijn er dan natuurrampen?

Bob White is professor geofysica aan de universiteit van Cambridge. Hij is wetenschapper, christen en evolutionist. White vindt dat hij door te geloven de wereld beter kan uitleggen dan met wetenschap alleen. In een artikel in de Melbourne Anglican gaat hij onder andere in op de grote vraag rond de betrokkenheid van God bij natuurrampen.

De term ‘natuurramp’ vindt hij overigens al lastig. Als geofysicus ziet hij namelijk ook het goede van overstromingen, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen voor de aarde. ‘Overstromingen brengen voedingsrijke grond naar de overstroomde gebieden, waar we vaak onze gewassen verbouwen. Aardbevingen zorgen ervoor dat bergen kunnen groeien, vervolgens eroderen zodat er weer materie in de rivierbeddingen terechtkomt. Vulkanen zijn de belangrijkste bron van voedingsstoffen die uit het binnenste van de aarde aan de oppervlakte worden gebracht. Allemaal zijn ze onderdeel van wat de aarde maakt tot een ongelofelijk vruchtbare plek voor mensen om te leven. Zonder deze ‘rampen’ zouden wij hier niet kunnen zijn.’

Aarde ouder dan de mens
Natuurrampen waren er volgens hem ook al voordat voordat er mensen op aarde rondliepen. Ze zijn dus geen gevolg van de  ‘zondeval’ van de mens, zoals sommige christenen denken. Zijn redenering? ‘We weten dat er al aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen waren voordat de mens zondigde en rebelleerde tegen God.’ De aarde is volgens de wetenschap namelijk 4560 miljoen jaar oud, terwijl de mens zo’n 100 tot 200 duizend jaar geleden ontstond.

Doden door wanbeleid en corruptie
Dat natuurverschijnselen desastreuze rampen zijn geworden, komt volgens White omdat de ‘rampzalige effecten van de verschijnselen nog vele malen erger worden door de onrechtvaardigheid van de mens’. Hij gebruikt daarvoor het voorbeeld van de aardbeving in Haïti in 2010, die maar liefst 230.000 mensen het leven kostte. Volgens White was er in 1999 in Californië een aardbeving met dezelfde kracht en omvang die ‘maar’ 57 slachtoffers kende. ‘De meeste mensen in Haïti overleden omdat ze leefden in aftandse, betonnen gebouwen die instortten. Hun dood was onnodig: we weten namelijk hoe we huizen moeten bouwen die blijven staan, maar Haïti heeft al decennia achter de rug van wanbeleid en corruptie en het is het armste land op het westelijk halfrond. Wiens fout was het dat deze mensen de dood vonden? Het was niet hun individuele fout, maar het waren de menselijke factoren die ervoor zorgden dat zij leefden in die omstandigheden. Steeds opnieuw zijn het de armen, de gebrekkigen en de benadeelden die de dood vinden in deze rampen.’

De kritiek van atheïsten zoals Richard Dawkins, die God afschrijven omdat er natuurrampen bestaan, verwondert White. ‘Zij staan zo vijandig tegenover iets waarin ze niet geloven. Waarom zijn ze zo verontrust over religie als ze ervan overtuigd zijn dat het onbeduidend is? En toch zijn ze het. Ik denk dat het komt omdat ze toch vermoeden dat er is meer is, uiteindelijk.’