Eens homo, altijd homo

‘Moedig van je!’ ‘Goed bezig!’ ‘Dit statement is heel hard nodig!’ Ik ben nu één week uit de kast als particulier ‘homo-ambassadeur’, en de reacties die ik krijg zijn tot nu toe ronduit positief. Veel likes en shares op facebook, een heuse #ZaTanBo op Staat Geschreven en veel waardering van bezoekers van de Zinvloed Ontmoet avond met de Amerikaanse homo-ambassadeur-in-eigen-kring Justin Lee. Maar ik was vooral ook blij met de toffe reacties van mensen uit mijn eigen gemeente. Inclusief een afspraak met iemand uit het leiderschapsteam om er eens over door te praten met een paar mensen die ook betrokken zijn op het onderwerp. #Zinin

Moedig
Ik weet niet hoe ‘moedig’ het is van mij om te roepen dat ik homo-ambassadeur word. Eerlijk gezegd ben ik nogal naïef in het diepe gesprongen. Vanuit innerlijke overtuiging, maar ook vanuit het idee dat ook in orthodox christelijk Nederland een zwijgende meerderheid inmiddels wel begrip heeft voor homo’s die willen trouwen. Of dat zo is moet natuurlijk nog blijken. Maar als het zo is, dan wordt het wel eens tijd om het stilzwijgen te doorbreken. Ik hoop dan ook met mijn statement andere christenen te inspireren om ook homo-ambassadeur-in-eigen-kring te worden. Bijvoorbeeld door deze mooie button aan je Twitter- of Facebookprofiel toe te voegen.

Adam en Evert
De innerlijke overtuiging dat de kerk homo’s onrecht doet, begon bij mij toen het onderwerp ineens dichtbij kwam. Ik reisde destijds regelmatig samen met een collega, die in de trein een boek las met de opmerkelijke titel ‘Adam en Evert’. We raakten in gesprek, en ze vertelde hoe de kerk reageerde toen zij en haar partner uit de kast kwamen: of ze zo vriendelijk wilden zijn om te stoppen met hun werk voor de kerk. Bijzonder pijnlijk om te horen voor iemand die zich met hart en ziel inzet voor zijn geloofsgemeenschap. Maar wat me nog het meest is bijgebleven is het verhaal dat haar partner – na 5 jaar intensieve therapie om van haar lesbisch-zijn af te komen – de conclusie trok: ik ben niet genezen. Sterker nog: deze vrouw was door de therapie juist nog meer beschadigd geraakt! Dat zette toen een streep door mijn overtuiging, dat veel lesbiennes, homo’s en andere LHBT’ers wel door therapie genezen konden worden.

Homotherapie
Ook LHBT-activist Justin Lee – zelf orthodox christen – bestrijdt in zijn boek ‘Verscheurd’ dit idee, dat in sommige christelijke kringen nog steeds aanwezig is. Lee trok alle genezingsverhalen van bekende voormannen in de ex-homobeweging na. Steeds weer bleek dat deze mannen zich uiteindelijk nog steeds aangetrokken voelden tot mannen. Ze deden hun best, veranderden hun seksuele gedrag, trouwden met een vrouw, maar hun geaardheid veranderde niet. Opvallend genoeg kwam ook de laatste directeur van Exodus International tot die conclusie, en trok de stekker uit hun homotherapie.

Valse hoop
Lee pakt in zijn boek meer ‘christelijke’ vooroordelen aan. Dat (sommige) homo’s hun geaardheid hebben ontwikkeld door een afwezige of agressieve vader, een dominante moeder of een jeugdtrauma bijvoorbeeld. Zelf had Lee een zeer gelukkige jeugd, terwijl veel mannen om hem heen die wél veel tekort kwamen in hun jonge jaren juist hartstikke hetero waren. Dat sommige christenen dit toch graag blijven geloven, heeft alles te maken met die eerder genoemde hoop op genezing: als iemand homo is geworden door een nare jeugd is dat ook op te lossen door goede therapie. Nog altijd worden homo’s doorverwezen naar ex-homotherapie. Lee heeft oog voor de goede bedoelingen waarmee voorgangers en pastoraal werkers dit doen, maar helaas heeft deze door (valse) hoop ingegeven houding van de kerk voor veel geestelijke en psychische schade gezorgd: zelfhaat, eenzaamheid, depressie, en was het in sommige gevallen zelfs aanleiding tot zelfmoord.

Homo’s zijn homo’s
Kortom: homo’s zijn homo’s, en worden nooit meer hetero. LHBT’ers ‘are here to stay’, ook in de kerk. Dat inzicht beschouw ik als winst. Want dat confronteert elke kerk nu écht met de vraag: Hoe willen we er zijn voor onze homoseksuele geloofsgenoten? Wat hebben ze van ons nodig, in hun soms eenzame worsteling? En hoe zorgen we ervoor dat de kerk weer een veilige plek wordt, ook voor hen? Ook moeten we door dit gegeven onder ogen zien wat de realiteit is van de keuzes die christelijke homo’s kunnen maken, op het vlak van relaties en seksualiteit. Dat komt eigenlijk neer op drie opties: 1. je homoseksualiteit verbergen en trouwen met iemand van het andere geslacht, ook al voel je je niet aangetrokken tot deze persoon (waarmee je niet eerlijk bent naar jezelf en de ander, en een bom legt onder je huwelijk); 2. kiezen voor het celibaat, een leven zonder partner (maar dat is erg eenzaam voor de meesten van ons); of 3. toch een homoseksuele relatie aangaan.

Gracefully disagree
Als elke LHBT’er zou kiezen voor het celibaat, is de (orthodoxe) kerk natuurlijk van het probleem af. Maar waarom zouden heteroseksuele medechristenen die keuze voor hen moeten maken? Een vrijwillig celibaat is niet voor iedereen weggelegd. Daar kunnen hetero’s ook over meepraten. Bovendien vind ik dat elke gelovige zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die hij of zij maakt, binnen zijn of haar relatie met Jezus. Natuurlijk mag het best een gespreksonderwerp zijn in de kerk. Misschien komen we er dan niet altijd uit met elkaar. Maar dat geldt wel voor meer onderwerpen uit de bijbel, toch? Op zondag werken bijvoorbeeld, om maar iets te noemen. Zoals Justin Lee het zegt: we moeten leren in de kerk om het – ook op dit vlak – oneens te zijn met elkaar, op een genadevolle manier: ‘to gracefully disagree‘.

Homohuwelijk inzegenen
Misschien denk je nu: wat is het probleem? Er zijn in Nederland toch inmiddels genoeg kerken die wél het homohuwelijk inzegenen? Dan gaan LHBT’ers daar toch naartoe? Dat kan zeker een oplossing zijn voor sommigen. Maar wat nu als je je verder júist zo thuis voelt in je kerk? Als de kerk een soort familie voor je is geworden? Dan zou weggaan een pijnlijke breuk betekenen. Maar uit de kast komen en blijven zou ook niet zonder gevolgen zijn. En wat nu als je als opgroeiende tiener in zo’n kerk ontdekt dat je homo of lesbisch bent? Waar moet je dan naartoe? Nee, doorverwijzen naar andere kerken lost het levensgrote probleem niet op voor wie nog in de kast zitten.

Leren luisteren
Volgens mij kunnen we maar beter ophouden om dit soort oplossingen te bedenken voor LHBT’ers. Want misschien wel de belangrijkste les die ik leerde van Justin Lee is: leren luisteren. Wie zijn de homo’s eigenlijk in mijn kerk? En wat willen zij zelf? Wat hebben ze nodig van de kerk? Zijn ze misschien al getrouwd en maakt dat de situatie nog veel ingewikkelder? De grootste uitdaging lijkt me dan ook: een sfeer en een plek creëren in elke kerk, waar LHBT’ers zich veilig genoeg voelen om uit de kast te komen. Waar we luisteren naar hun verhaal, en er voor ze zijn. Waar we hun vragen serieus nemen, en samen met hen op zoek gaan naar hoe zij hun leven kunnen en willen invullen. Of ze nu kiezen voor het celibaat of voor een relatie.

LHBT’ers
En o ja: ik zal het voortaan wat vaker hebben over LHBT’ers. Want dat heb ik ook geleerd de afgelopen weken: Lesbiennes, Homo’s, Biseksuelen en Transgenders hebben behoefte aan deze term, omdat die inclusief is. En dit verhaal gaat natuurlijk over iedereen die niet voldoet aan de heteroseksuele ‘norm’.