Ik word een christelijke homo-ambassadeur

Er was eens een homo, die met de trein van Utrecht naar Amsterdam reisde en op het perron werd overvallen door hooligans. Die trokken hem zijn kleren uit, mishandelden hem en lieten hem vervolgens halfdood achter, nadat ze nog even met graffiti het woord ‘homo’ op zijn rug schreven. Toevallig kwam er een gereformeerde dominee langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een pinkstervoorganger langs, maar bij het zien van het slachtoffer versnelde hij zijn pas en liep langs hem heen.

Een rondreizende, post-religieuze hipster kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, maakte zijn wonden schoon en verbond ze. Hij zette hem in zijn hippe, gehuurde bakfiets, bracht hem naar een Airbnb-appartementje, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij zijn creditcard aan de verhuurder en zei: ‘Wil je voor hem zorgen? Mocht je nog meer kosten maken, dan vergoed ik die als ik weer terugkom van mijn reis.’

Ophef in Rusland
Dit verhaal kun je in een wat andere versie teruglezen in de Bijbel, met in de hoofdrollen een priester, een ‘leviet’ en de bekende Barmhartige Samaritaan. Ik moest eraan denken toen ik de videoclip van ‘Speak out!’ zag, van zanger, liedjesschrijver, Fries en – inderdaad – homo Simon Feenstra. Het liedje en de beelden in de clip gaan over homo’s die gruwelijk worden mishandeld in Rusland. Rond de Olympische Spelen in Sotsji was daar nog veel #ophef over. Het liedje van Simon is duidelijk geïnspireerd op dat Bijbelse verhaal van de ‘barmhartige Samaritaan’: The businessman was in a rush, The schoolgirl shut her eyes and ran away, The priest had too much on his mind.’ Inclusief de onvermijdelijke vraag: ‘What if you were the one to come along…’

Discriminatie en uitsluiting
Gelukkig worden homo’s in ons land niet aan de lopende band in elkaar geslagen. Toch hebben ze wel te maken met scheldpartijen, allerlei vormen van discriminatie en uitsluiting. Helaas ook in veel kerken, waar homoseksualiteit wordt gezien als een zonde, waarvan je je moet bekeren. Vanuit de naïeve gedachte dat homoseksualiteit een keuze is. Of een ziekte, waarvan je kunt genezen.

Lukt het je niet om van je homoseksualiteit af te komen, dan kun je als christenhomo maar beter alleen blijven, of tegen je gevoel in toch maar met een vrouw trouwen. Want wie zich toch overgeeft aan een same sex romance, mag geen rol van betekenis meer spelen in kinderwerk, aanbidding of leiderschap, kan een huwelijksinzegening wel vergeten, en wordt soms zelfs uitgesloten van het ‘heilig avondmaal’ – een ritueel waarbij het juist zou moeten draaien om eenheid, rond het geloof in het liefdesoffer van Jezus. Om die reden houden de meeste christelijke homo’s – en lesbiënnes, biseksuelen en transgenders – zich maar liever stil. Of ze verlaten de kerk geruisloos via de achterdeur. Ook in het christelijk onderwijs trekken homoleraren vaak aan het kortste eind: uit de kast komen, betekent einde baan.

Homo-ambassadeurs
Dat kan zo niet langer, vindt minister van emancipatie Jet Bussemaker. Zij wil dan ook homo-ambassadeurs gaan inzetten: homo’s en homo-sympathisanten die in hun eigen orthodoxe gelovige kringen het gesprek aangaan over homoseksualiteit. Met de boodschap dat homo’s in alle opzichten gelijkwaardig horen te zijn aan anderen. Goed plan, dacht ik, toen ik het hoorde. Maar christelijke scholen, kerken en partijen denken daar anders over: We bepalen zelf wel of en wanneer en hoe we hierover praten met elkaar! Daar hebben ze natuurlijk wel een beetje gelijk in: de overheid moet de kerk niet voorschrijven wat ze moeten vinden. Vrijheid van meningsuiting en geloof, enzo.

Toch word ik een beetje moe van die reflex. Het probleem is namelijk juist dat er in christelijke kringen veel te weinig over homoseksualiteit gesproken wordt. En vooral veel te weinig mét homo’s. Veel priesters en levieten van deze tijd lopen helaas nog te vaak met een grote boog om de homo’s heen.

En daarom word ik homo-ambassadeur. Niet namens de overheid, maar gewoon, op eigen titel. Hoe? Door op Facebook artikelen te delen over homoseksualiteit en geloof, en daar de discussie aan te gaan met wie daar moeite mee heeft. Door ook IRL het gesprek aan te gaan in mijn eigen omgeving, als die kans zich voordoet. Door na te gaan welke plek homo’s eigenlijk in mijn kerk hebben, en de leiders van mijn kerk over eventuele vormen van uitsluiting te bevragen. En door initiatieven te ondersteunen, die het gesprek hierover willen bevorderen.

Daarom ga ik ook volgende week naar Zinvloed ontmoet Justin Lee. Ik denk namelijk dat ik veel kan leren van deze Amerikaanse homo-ambassadeur-in-eigen-kring. Wie gaat er mee?

 

Beeld: ANP (2004) – Robin Utrecht