Werken in een amoreel systeem – welke keuzes maak jij?

Het is gemakkelijk om gewoon goed je werk te doen, te zorgen voor brood op de plank en een goed mens te zijn. Niets mis mee toch?

Onbewust kunnen we meewerken aan een amoreel systeem. In drie voorbeelden wil ik illustreren waarom we blijvend vragen moeten stellen over ons dagelijks werk en het grotere geheel waaraan je – misschien ongewild – bijdraagt.

Lust en leven
Jacob Lentz was hoofdfunctionaris bij het bevolkingsregister van het Haagse stadhuis. Hij was ijverig, bekwaam en had veel plezier in zijn werk. Het was de taak van Lentz om de bevolkingsregisters strak te organiseren en eenheid te maken. Het is bekend dat zijn werk zijn leven was en het bevolkingsregister zijn lust. In de bezettingstijd bleek hoe gevaarlijk zijn uitmuntende werk was. Lentz (geen NSB’er, maar niet anti-Duits) was in de oorlogsjaren namelijk verantwoordelijk voor het ontwerpen van een buitengewoon kwalitatief en lastig te reproduceren persoonsbewijs en een goed georganiseerd persoonsregister. Dit persoonsbewijs gaf de bezetter een zeer belangrijk instrument tot maatschappelijke beheersing en onderdrukking van de Nederlandse bevolking, vooral het Joodse deel.

Opbouwend voor een rechtvaardige wereld
Het verhaal van Lentz staat niet op zichzelf. We lopen allemaal het risico om met onze goede daden ongewild kwade dingen te helpen groeien. Daarom geloof ik dat we onszelf en elkaar moeten bevragen. Waar werk ik aan mee? Is dit opbouwend voor een rechtvaardige wereld waarin ik geloof? Kan ik dat voor mezelf rechtvaardigen?

Banaliteit van het kwaad
Jacob Lentz is een treffende casus voor de theorie van de Duitse filosofe Hannah Arendt met haar theorie over de banaliteit van het kwaad. Ze stelt daarin op basis van het strafproces rondom nazi Adolf Eichman in Jeruzalem dat het kwaad iets banaals, iets gewoons en onbegrijpelijks heeft. Het kwaad krijgt een kans als mensen niet nadenken over de gevolgen van hun daden en zich opstellen als nederig radartje van een systeem die hun plicht doen en een goed leven leiden.

Amoreel
Het tweede voorbeeld komt van Joris Luyendijk. Als antropoloog en journalist neemt hij in zijn boek ‘Dit kan niet waar zijn: onder de bankiers’ de City (het financiële hart van Londen) onder de loep. In een interview in dagblad Trouw stelt hij dat het er bij banken vaak amoreel aan toegaat en dat dit in andere sectoren niet veel anders is. “Veel mensen doen het zonder moraal, ze zijn conformistisch”, aldus Luyendijk. Hij vertelt over ontmoeting met diepreligieuze mensen die hun waarden volledig buiten beschouwing laten in hun professionele handelen. Luyendijk: “Dan waren ze bij wijze van spreken soldaten, dan droegen ze een bankiersuniform en deden ze dingen die ze anders nooit zouden doen. Daar voelden ze zich happy bij.”

Frictie
Het derde voorbeeld komt dichterbij, het komt uit mijn eigen leven. In mijn eerste baan ervoer ik iets van de frictie tussen mijn werk en het doel waarvoor ik werkte. Ik was IT-consultant en verantwoordelijk voor een kleine schakel van het automatiseren van een kredietverstrekkings-systeem voor een bank. Ik merkte wroeging in het feit dat ik concreet bijdroeg aan een systeem dat medewerkers van de bank overbodig zou maken, maar nog erger: ik hielp de drempel verlagen om mensen in de schulden te steken.

Verantwoordelijk
In ons technisch systeem is veel van ons leven verdeeld in kleine stukjes. Individuen zijn daarin verantwoordelijk voor een klein stukje. Dat kan ervoor zorgen dat we ons niet meer verantwoordelijk voelen voor het hele product of gedachtegoed waaraan we meewerken. Maar wie is er dan wel verantwoordelijk?

“Waar zijt gij?” (Statenvertaling Genesis 3:9) vroeg God aan Adam en Eva toen zij zich verborgen nadat ze van de boom van goed en kwaad hadden gegeten. Toen ze ter verantwoording werden geroepen, wees Adam naar zijn vrouw. “Zij heeft het mij gegeven”. De vrouw op haar beurt wees naar de slang.

 

En gij? Waar zijt gij?


Lees ook: