Een erotisch scheppingsverhaal

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Dit zijn de allereerste woorden van het scheppingsverhaal. De aarde was woest en ledig. Precies zoals mijn leven dat was, voordat ik jou leerde kennen. Gods geest zweefde rond, maar onwetend als ik was, had ik ook van die aanwezigheid geen weet.
Licht vloog in minuscule vuurvliegjes voorbij, bijna onzichtbaar. Tot God de vliegjes tot een bal samenkneedde. Zijn vaardige, toegewijde handen lieten de bal tot bestemming komen. Jij was het resultaat. Ik lag al op jouw bed toen ik je voor het eerst zonder verhullende kleding mocht zien. Je stond in de deuropening, klaar om mij te beschijnen.

Jij Adam, ik Eva
Jij was Adam en moest mij tot Eva maken. Onmiskenbaar waren wij man en vrouw, maar Adam, als jij Eva was geweest, dan had ik hetzelfde verlangen gekend. De urgentie van de etiketten die wij mensen op elkaar en onze omgeving plakken, onze geslachten incluis, smolt weg in de zwoele warmte die wij samen maakten. De enige zekerheid die nog resteerde, lag verscholen in de taak om samen Gods schepping voor een tweede keer te laten plaatsvinden. Een daad waarmee wij ver boven de mensen uitstegen die wij voor deze samensmelting waren.
Met elke stap die jij richting het bed zette, groeide de opwinding in mijn lijf. Mijn wangen vulden zich in een fractie van een seconde met bloed dat tegen de kooktemperatuur aan zat. Mijn oksels werden klam, mijn huid schuurde onder mijn kanten lingerie. Toen je naast me stond, kostte het je enkele secondes om mijn borsten te ontbloten. Mijn panty stroopte je af en legde je als het huidje van een vervellende slang op de grond. Met één beweging trok je mijn broekje van mijn romp.

Aards wordt hemels
Op de tweede dag scheidde God hemel van wateren, maar tijdens de schepping van ons twee heeft hij deze klus overgeslagen. Tussen jou en mij liep het aardse zonder kloof of scheidslijn in het hemelse over. Als vrijende slakken gleden onze tongen om elkaar heen. Cirkelsgewijs, uit eerbied voor de ronde aarde. Zo nu en dan onderbrak ik de beweging met een kaarsrechte streling, van beneden naar boven – van het aardse naar het hemelse.

Nieuwe levenslust
Dag drie brak aan. Er waren alleen nog wateren en wateren, zo staat er geschreven. God besloot niet lang na middernacht land naast die wateren te scheppen. Ik was een oceaan met golven die zonder verzet meedeinden op de wind. Er moest grond komen in mijn bestaan, grond die zich manifesteerde in jou. Je vulde mijn oceaan met aarde, met een onschendbare massa. Toen je in mij binnendrong, verspreidde genot zich als water van een inwendige fontein door mijn lichaam. Het gevoel was onvergelijkbaar met al het voorgaande dat ik had meegemaakt en bezorgde mij nieuwe levenslust. Zo werd jouw terugkerende aanwezigheid draagvlak onder mijn voeten, de rots waarop ik een huis bouwen kon.

Kleurrijk en vol warmte
We vreeën de uren, dagen en weken voorbij, tot die Ene zonsopgang plaatsvond. Die Zon der zonnen had God in de tussentijd gemaakt, op de vierde dag van zijn schepping. Nooit eerder zag ik de planeet van Licht en leven opkomen als die keer; nooit eerder zo kleurrijk en vol warmte als toen. Dat kwam doordat jij alle wolken, al mijn zorgen en tobberijen, als geen ander had weten weg te laten waaien. Overal op mijn huid voelde ik speldenprikjes. Ik waande mij in een hemel vol net geschapen sterren.

Gods tweede schepping
Licht en donker, hemel en aarde, water en land. De tegenstellingen uit het aloude scheppingsverhaal lieten zich onmiskenbaar zien in ons samenzijn – Gods tweede schepping. En toch, liefste, merkte ik met het voorbijgaan van de dagen en nachten meer en meer dat we uit hetzelfde bestaan. Als ik je vastgreep, voelde ik dat je uit dezelfde massa bestaat. Als ik je met mijn lippen kuste, proefde ik hetzelfde vocht. Het kan niet anders dan dat jij dat ook zo hebt ervaren. We zijn twee, maar bestaan uit hetzelfde water dat leven geeft. We putten uit dezelfde levensbron.
Die ontdekking van de eenheid veranderde onze waarneming voorgoed. Overal om ons heen zagen wij leven, levensadem. In de aquaria van Artis bijvoorbeeld, toen we staarden naar zeemonsters; schepselen waarvan de wateren op aarde wemelen sinds dag vijf. Aan het Noordzeestrand, liggend in de duinen, zagen we de donzige buikjes van voorbijvliegende meeuwen. Het gevleugeld gevogelte dat God naar zijn aard geschapen had. Met dezelfde verwondering keken we naar het vee en kruipend gedierte dat de aarde had voortgebracht onder Gods bezielende leiding, toen we op een vrije zaterdag in de herfst de Veluwse bossen verkenden, op zoek naar bronstige edelherten.

Liefste. Jij was mijn licht, mijn aarde. Nu ben ouder, groter gegroeid. Ik ben mijn eigen bron van licht en grond geworden. Jij hebt het mij voorgedaan. Ik weet niet of je bij me blijft, nu ik op eigen benen kan staan. Maar als voor ons geen plekje in de eeuwigheid is gereserveerd, dan zal ik toch, liefste, voor altijd kunnen zien, dat het zeer goed was tussen ons.

 

Marleen is theoloog en journalist. Ze presenteert voor de Ikon ook het radioprogramma Het Vermoeden. Meer over Marleen vind je op haar site