‘God was een liefdevolle vader met een martelwerktuig in de kelder’

Voorwaardelijke liefde is een recept voor een angstig leven. Ik kan daarover meepraten. Als kind ben ik ondergedompeld in het evangelie van de voorwaardelijke liefde. Zondag op zondag werd ik er van doordrongen: God houdt van me, maar wel op de voorwaarde dat ik aan alles voldoe wat Hij van mij eist.

God houdt van je als je in Hem gelooft
Het gekke was dat dit in onze kerk nooit hardop gezegd werd en toch kende ik deze waarheid tot in het diepst van mijn vezels. Alle zondagsschoolliedjes ten spijt. Hoe vaak we ook uit volle borst ‘Jezus houdt van alle mensen’ zongen, onuitgesproken was daar een andere boodschap: ‘God houdt wel van je, maar alleen je in Hem gelooft. Anders laat Hij je voor eeuwig pijn lijden.’ God was als een ogenschijnlijke liefdevolle en vriendelijke vader, die onder in zijn kelder een martelwerktuig had staan. Vreselijk! Eigenlijk kan je niet met zo’n vader leven, maar als kind kun je Hem ook niet loslaten. Dus moet je jezelf in tweeën delen. Het gedeelte dat ten diepste bang voor Hem is, komt dan los te staan van het deel dat ten diepste van Hem houdt. Psychologisch gezien is dit heel ongezond.

Jezus in je hart
Wat ‘Jezus in mijn hart vragen’ precies betekende, was mij niet even duidelijk. Dus heb ik deze daad als kind voor de zekerheid minimaal één keer per jaar herhaald. Ik wilde namelijk zo graag dat God onvoorwaardelijk van mij zou houden. Gelukkig hoefde je alleen maar ‘Jezus in je hart te vragen’ en je hele leven in Hem blijven geloven, dan was het goed. Dan wist je zeker dat God je niet voor eeuwig naar de hel zou sturen!

Gods liefde winnen
Toen ik een aantal jaar geleden onverwachts in een geloofscrisis terechtkwam, speelde deze vraag opnieuw: Houdt God, nu ik aan Hem twijfel, nog steeds van mij? Daaruit bleek hoezeer ik nog aan dit evangelie van Gods voorwaardelijke liefde vastzat. Alles in mij wilde dolgraag aan elke eis in het geloofscontract voldoen, als dit maar zou betekenen dat God van mij zou houden. Tegelijkertijd lukte het mij simpelweg niet meer om aan deze eisen te voldoen. Wat nu? Deze vraag naar de liefde van God werd -zonder dat ik dit doorhad- een grote katalysator in mijn geloofscrisis. Houd ik echt van God of ben ik ten diepste bang voor Hem en voor Zijn afwijzing? Mag ik kritische geloofsvragen stellen of moet ik die onderdrukken? Zet ik hiermee Gods liefde voor mij op het spel? Wat moet een mens doen om de liefde van God te winnen of te verliezen?

God loslaten
Ik merkte bij mijzelf dat mijn absolute theologische zekerheden een masker waren, die mijn twijfels moesten onderdrukken. Mijn geloofszekerheid verborg mijn onbewuste grote angst voor God. Tegelijkertijd merkte ik dat ik niet meer bang voor God wilde zijn. Hoe kon ik onvoorwaardelijk van God houden, als die God niet onvoorwaardelijk van mij hield? Met zo’n God wilde ik niet verder en kon ik ook niet verder. Heel bewust heb ik het evangelie van de voorwaardelijke liefde losgelaten. Voor mijn gevoel liet ik hiermee ook God los. Dit was misschien wel het engste wat ik ooit gedaan heb. God loslaten met alle consequenties van dien…

Wat er gebeurde, verbaasde mij. In de ruimte die hierdoor ontstond, begon iets te dagen van een God van onvoorwaardelijke liefde. Dit gebeurde niet gelijk. Het was en is nog steeds een lang proces. Het blijft voor mij een dagelijkse worsteling om vast te houden aan een God die onvoorwaardelijk van heel Zijn schepping houdt. Maar ik kan ook niet terug. Met een God waar ik ten diepste bang voor moet zijn, kan ik niet meer leven.