Onschuld is niet wit, maar knalroze

Onschuld is niet wit, maar knalroze. Ze is gekleed in een goedkoop leren jasje (roze) en glimmend trackie (roze). Ze waggelt rond op namaak Adidas trainers (roze). Haar kraag is van uitvallend nep bont. Haar haren zijn vettig. Haar ogen halfdicht geknepen en omringd met een smeer aan uitgelopen mascara. Ze snauwt en scheldt met doorrookte stem. Ze zit twee stoelen achter me in de nachtbus van Rotterdam naar London.

Hij scheldt haar vette huid vol
Het is half vier ’s ochtends. Zij en haar vriend zijn al vijf uur aan het bekvechten. Ze heeft een punt: als je wiet de grens over wilt smokkelen, is het niet slim om het zakje open te maken en het rond te wapperen. Dan heb je echt geen hondenreukorgaan meer nodig om het geurspoor te volgen. Asociaal hard krijst ze hoe asociaal hij wel niet is. Hij brult terug hoe weinig ze waard is. Antwoord: weinig. Hij scheldt Onschuld haar vette huid vol met de meest gruwelijke namen. Al vier uur lang. Wacht maar tot ze de bus uit zijn, dan zal hij haar kapot trappen totdat ze niet meer overeind komt. Alweer.

Geen dame, geen nood
Koptelefoons worden wat harder gezet. Oogmaskertjes strakker getrokken. De bus is blij dat Onschuld deze onsympathieke verschijningsvorm heeft gekozen. Zo hoeven ze haar niet te herkennen en hoeven ze hun schoonheidsslaapjes niet te verstoren. Als ze nou petite was geweest, met blond haar en bambi-ogen… Tja, dan hadden alle mannen verontwaardigd op moeten staan en hem de harde waarheid moeten vertellen of laten voelen. Nu kunnen de bedreigingen waar Onschuld onder staat, genegeerd worden. Geen dame, geen nood.

P E T S

Iedereen schrikt op. Onschuld haar wang is nu ook knalroze. Ze huilt; iedereen kijkt snel weg. Ze scheldt weer; iedereen haalt opgelucht adem. Hun eigen lafheid is weer gerechtvaardigd. Het harde masker dat Onschuld als bescherming aangemeten heeft, heeft ertoe geleid dat niemand meer de morele plicht voelt om haar te beschermen. Het heeft ertoe geleid dat ze niet de zelfwaarde meer heeft om haarzelf de moeite van het beschermen waard te vinden.

Je verdient beter
Terwijl we de bus uitstappen, tik ik op haar schouder. Minachtend kijkt ze om. Het is in al haar asociaalheid zo gemakkelijk om haar niet te herkennen. Ik vraag me af of ze zelf wel doorheeft wie ze is. Met de mogelijkheid in mijn achterhoofd dat ze me in mijn gezicht zou kunnen spugen, zeg ik voorzichtig: ‘Niet dat het mijn plaats is, maar je verdient zoveel beter dan dit. Zoveel beter.’

Verrassing en vervolgens een verrassende zachtheid trekken over haar gezicht. ‘Goh, dank je… Bedankt…’ stamelt ze, terwijl ze de woorden en hun betekenis laat doordringen. Hoe dieper de woorden komen, hoe zachter de lijnen worden die haar vormgeven. Eventjes zie ik herkenning. Onschuld is niet wit, maar knalroze. En dat weet zij zelf nu ook.