Waar een act met een blinddoek al niet goed voor is…

Compleet verloren staat hij in de menigte, zijn hand uitreikend naar de passerende feestgangers. De lichtshows, dansende mensen, uitgelaten gezichten en broederlijke omhelzingen worden afgeschermd door zijn blinddoek. Van een afstand kijk ik toe, terwijl hij voorzichtig het donker aftast, op zoek naar menselijk contact. Ik zie hoe de opgewekte blijheid van de voorbijgangers plaatsmaakt voor onzeker gelach en ongemak in de leegte die om hem heen hangt. Het onbekende brengt onbehagen.

Strompelend samen verder
Om het mysterie te begrijpen, stappen enkele nieuwsgierigen op de vreemde man af. Maar in plaats van antwoorden geeft hij ze in stilte een blinddoek. In plaats van woorden krijgen ze zijn hand. Samen strompelen ze verder, totdat het niet zien en niet weten ze teveel wordt en ze over de rand van hun blinddoek heen gluren. Beleefd nemen ze afscheid en giechelend lopen ze verder het spektakel tegemoet. De man z’n vragende hand achterlatend.

Gestoorde act
Gefascineerd kijk ik toe, terwijl de een na de ander langsloopt en weer verder loopt. Niemand lijkt te weten wat ze hiermee moeten. De geblinddoekte man en zijn hand hebben een vacuüm gecreëerd in het zintuigelijk geweld van het festival om hen heen. Is het een conceptueel theaterstuk? Is het een man met diep emotionele problemen? Is hij gevaarlijk? Is hij gestoord? Er wordt niet te lang bij stilgestaan. Er zijn te veel acts, podia en mensen die om aandacht schreeuwen.

Op zoek naar verwondering
Verloren in het spektakel van christelijk Nederland staat dezelfde geblinddoekte man. De lichtshows, dansende mensen, uitgelaten gezichten en broederlijke omhelzingen worden afgeschermd door zijn blinddoek. Van een afstand kijk ik toe, terwijl hij voorzichtig het donker aftast. Ongemakkelijke voorbijgangers proberen zijn leegte met stellige ‘amens’ en ‘halleluja’s’ in te vullen. Zodra hij hun een blinddoek aanreikt, rennen ze echter snel door, op zoek naar de volgende verwondering om het gevoel van onbehagen mee af te zweren.

Vastgegrepen
Gefascineerd kijk ik naar zijn verlorenheid en leegte. Voorzichtig stap ik op hem af en ik voel hoe zijn zoekende hand de mijne stevig vastgrijpt. De afleidingen van het christelijk spektakel maken plaats voor stilte en duisternis, als hij mij blinddoekt. Mijn hart klopt in mijn keel. Het onbekende voelt als een gapend gat waarin ik elk moment uiteen kan vallen.

Zachtjes fluister ik: ‘Wie ben jij?’

Terwijl we samen in het niet zien en niet weten wankelend het ontastbare aftasten, fluistert hij terug: ‘Vertrouw.’ Compleet verloren heb ik het ware gezicht van geloof gevonden.