Leonard Cohen was bovenal een grote theoloog …

Leonard Cohen was bovenal een grote theoloog …

De muziek van Cohen is doordrenkt met spiritualiteit. Alain zoomt erop in en wijst op de verschillende religieuze karakters die opduiken in zijn muziek. 

Als jood vindt Cohen dat hij de perfecte religie heeft, maar dat weerhoudt hem er niet van om zich tot boeddhistische monnik te laten wijden en veel over Jezus te zingen, over wie hij als jongetje al verhalen hoorde van zijn christelijke kindermeisje. Religie en spiritualiteit zijn overal aanwezig in het leven en oeuvre van de grote singer-songwriter.

Dat laat ik hieronder zien aan de hand van 5 religieuze archetypen, geïllustreerd door citaten en telkens een muziekfilmpje. Een kleine bloemlezing, dus!

1: De Cynicus

Ja, ook cynisme kan een (duister, hopeloos) gezicht van spiritualiteit zijn. Een doorleefd pessimisme is misschien wel de ultieme opstap naar hernieuwde vormen van geloof, hoop en liefde. Paulus en Calvijn zouden dat vast met mij eens zijn geweest: vóór verlossing en dankbaarheid zijn er immers diepten van ellende nodig.

Leonard Cohen is gedurende zijn hele carrière niet wars geweest van cynisme. Bij hemzelf hing dat soms met persoonlijke depressies samen. En met al het leed in de wereld, dat hij al vroeg leerde kennen toen hij als Joods jongetje hoorde wat zijn Europese bloedverwanten allemaal overkwam tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Op een vroeg album (1971) brult Cohen ons al toe hoe waardeloos het allemaal is op de wereld:

And there are no letters in the mailbox
And there are no grapes upon the vine
And there are no chocolates in the boxes anymore
And there are no diamonds in the mine

17 jaar later heeft Leonard nog steeds slecht nieuws voor ons. In Everybody knows (video hieronder) vertelt hij ons nog eens fijntjes dat we allemaal wel weten hoe het er aan toe gaat op deze aarde. De boot is aan het zinken, de pest komt eraan, de oorlog is verloren. De rijken winnen van de armen, de slavernij is nog bezig en je vrouw gaat vreemd.

In The Future (1992) is Cohen tenslotte de nog zwartgalligere nakomeling van alle Hebreeuwse onheilsprofeten die hem zo inspireerden. Get ready for the future – it is murder. En hij haalt er van alles bij: crack, Stalin, Charles Manson, Hiroshima, sneeuwstormen, abortus en ontbossing. Alles gaat eraan, en Leonard bromt het ons toe.

2: De Zoeker

In dit genre van Cohens poëzie is dezelfde wanhoop nog aanwezig – maar nu smeekt de man om verlossing. De vroege nummers Teachers en Bird on the wire vertellen over een zoeker die kwetst en gekwetst wordt in een obsessieve zoektocht naar vrijheid en vrede.

Op het vorige album Old Ideas (2012) bracht hij dat diepe verlangen tot uiting in een gebed (met de veelzeggende titel Amen). Na een leven van zoeken, nadat we alle horror hebben meegemaakt, moet er toch iets cleans, vredigs en liefdevols zijn?

Tell me again when the filth of the butcher
is washed in the blood of the lamb
Tell me again when the rest of the culture
has passed through the Eye of the Camp

Tell me again when I’m clean and I’m sober
Tell me again when I’ve seen through the horror
Tell me again, tell me over and over
Tell me that you love me then

Amen

3: De Romanticus

In feite kan bijna elk lied van Leonard Cohen op de (romantische en/of erotische) liefde worden betrokken. Voor de dichter (voor wie niet?) komt dit het dichtst bij hemel op aarde van alles. Voor hem lijkt er soms een is-gelijk-teken te staan tussen de minnares en God.

Dat wordt duidelijk zichtbaar in het overbekende Suzanne (1968), twee dromerige coupletten over een picknick aan het water met een mooi meisje. Maar midden tussen deze twee coupletten vinden we ineens een poëtische en diepgaande beschouwing over Jezus’ leer, leven en dood. Net zo zwoel en dromerig als de andere twee coupletten, maar het maakt de picknick tot een religieus gebeuren.

17 jaar later is daar Dance me to the end of love, dat op het eerste gehoor ook een zwoel, romantisch liedje over een gala-dans lijkt. Niets is minder waar; Cohen schreef het lied toen hij hoorde over de Joden in strafkampen die werden gedwongen om te musiceren en dansen terwijl hun kampgenoten naar de gaskamers werden geleid. Romantiek en intimiteit vormen zo Leonard Cohens spirituele vlucht uit de bittere werkelijkheid, naar een droomwereld waar troost en liefde zijn.

Tenslotte is daar het meesterwerk Hallelujah, dat ik in elke categorie had kunnen plaatsen. Vol Bijbelse metaforen wordt er een uitgebluste liefdesrelatie geschetst. Of is het juist andersom? Verwoordt Cohen zijn paradoxale relatie met God aan de hand van de analogie met intermenselijke relaties? Zeg het maar. Misschien is het verschil tussen beide benaderingen niet al te groot. Hoopvol eindigt de zanger dat hij ooit voor the Lord of song zal staan met niets dan een loflied op zijn lippen. Tot die tijd blijft het een gebroken Hallelujah.

4: De Mysticus

Na het klagen, vechten, vluchten, liefhebben en zoeken is daar de absolute overgave. We krijgen de indruk dat Cohen zijn scherpe randje kwijt moest raken voordat deze liederen konden ontstaan. Dat moet hem zijn gelukt met dank aan de wijsheid die met de jaren komt én de wijsheid die hij in de loop van zijn leven opdeed bij boeddhistische goeroes. Toch blijft de taal door en door joods.

Het wonderschone If it be your will (1985), één van de favorieten van de oude meester zelf, is een nederige capitulatie aan God. Wilt u dat ik zwijg, dan zwijg ik. Wilt u dat ik zing, dan zing ik. Maar maak ons heel, stort uw genade uit.

Eén album later breidt Cohen dit genre uit met de troostrijke en populaire zinsnede uit Anthem: “There is a crack in everything. That’s how the light gets in.” Oorlogen en vrede zullen elkaar blijven afwisselen, maar het heeft geen zin om te blijven hangen in bitter verleden of onzekere toekomst. Omhels het nu, omhels je littekens en luid elke bel die je nog kunt luiden.

Het voorlaatste album Old Ideas (2012) is in feite één grote ode aan die wijsheden. Nummers als Show me the place, Come healing en Going home tonen een milde Cohen die klaar is voor de dood, vrede heeft met het leven en nederig hoopt op het beste.

5: De Psalmist

En toen was daar ineens Popular Problems. Het is september 2014, onze held is nu 80 jaar oud en er verschijnt nog een nieuwe parel voor de fans. Wordt het de laatste of kunnen we nog meer verwachten?

In ieder geval voert Cohen met deze nieuwe plaat een extra spiritueel genre aan zijn oeuvre toe: het loflied. Eerder was er al de belofte van het Hallelujah. De zoektocht naar een Hallelujah. Een gebroken en weifelachtig Hallelujah. Maar Popular Problems eindigt met twee onvervalste lofliederen.

Eerst het gospelachtige Born in Chains, waarvan ik elders heb voorspeld dat het een klassieker gaat worden (hier lees je meer over Born in Chains). In het loflied begint Cohen met een exodusverhaal over slavernij en verlossing en concludeert hij dat het prijzen van De Naam in zijn hart staat geschreven. That’s all I know, I cannot read the rest…

Het slotlied is misschien wel het luchtigste dat Leonard Cohen ooit opnam. You got me singing maakt de belofte van het lied Hallelujah waar, dat Cohen aan het eind van zijn leven niets dan Hallelujah zou zingen. Hoe rot het er ook aan toe gaat in zijn leven en in de wereld; Leonard Cohen zingt een hymne en geeft de lof het laatste woord in deze levensfase.