Geen plek voor het lijden in de kerk

Laatst werd me heel direct gevraagd: ‘Voel je je thuis in de kerk?’ Meteen schoot me de spreuk Home is where the hurt is te binnen. Als ik die spreuk als basis neem, voel ik me inderdaad buitengewoon thuis in kerkelijke gemeentes.

Er zijn eigenlijk weinig plaatsen waar ik me eenzamer voel. Negatieve ervaringen hebben er voor gezorgd dat de onbevangenheid afwezig is. Heel veel weerzin en wantrouwen staan in de weg als ik probeer te focussen op God. Zoals Hilbrand Rozema het verwoordt in zijn gedicht De wond

‘Een dier dat is gewond zal zich verslepen tot ver achter de bosjes, om te sterven of te herstellen nu bij te veel aan zichtbaarheid de kans vermindert op genezing.’

Dat geldt zeker voor mensen die beschadigd zijn geraakt in de kerk en die last vaak onzichtbaar voor de buitenwereld met zich mee dragen. Ik vraag me wel eens af hoeveel gewonde mensen een kerkdienst beleven als een positieve ontmoeting met God. De manier waarop ik het ervaar is dat de evangelischen steeds dwingender klinken en de gereformeerden steeds afstandelijker met betrekking tot het lijden in het leven.

Dwingende claims & koude rillingen
Want wat hebben mensen die een evangelische dienst beleven en die met een verslaving worstelen aan goedbedoelde woorden als ‘Gods eer is in het geding, sta op de overwinning die God al voor je heeft behaald.’? Of de liederenkeuze: zingen van dat album van Hillsong The secret place. Hoeveel mensen die ooit met een misbruiksituatie te maken hadden, krijgen hier bij voorbaat al koude rillingen van? En dan als pleister op de wond van mensen die door iets verschrikkelijks gaan, worden er op dwingende toon claims neergelegd vaak mijlenver buiten hun realiteit: ‘We verklaren Uw overwinning over elke situatie, we claimen dit in Uw grote Naam.’

Blijde boodschap van de legging
Een gemiddelde gereformeerde dienst valt ook niet mee. Geen kinderen willen dopen omdat één van de ouders afwezig is. Wat een blijde boodschap van inclusie: als iemand anders het voor je verpest heeft, ben je dus mooi niet welkom bij God en in Zijn gemeenschap. Of de vermoeiende aardse discussies – of leggings onder een rok nu wél of niet een gruwel in God’s ogen zijn, bijvoorbeeld. En dan die verheerlijking van het mannelijk geslacht . Het krijgen van een zoon, een zóón, dat is toch het mooiste wat je als mens kan overkomen. Leuk voor alle vrouwen en meisjes die sowieso al minder gerespecteerd worden dan hun mannelijke medekerkleden.

Gelukkig, God is er, is mijn ervaring. Ook voor mensen voor wie al die mooie frasen in de kerk leeg of juist te beladen klinken. Toegegeven, juist voor kerken geldt vaak het gezegde ‘zonder wrijving geen glans’. Maar pas op voor te veel wrijving. Dan gaat zowel de glans als de basiskleur eraf. Wat overblijft is een kleurloos object dat nog wel functioneel is, maar waar verder niets van afstraalt. Beste kerken, pas dus op dat de boodschap niet (onbedoeld) zo wrijft waardoor gewonde mensen zich onopvallend uit de kerk verslepen om zich uit nood maar achter de bosjes te verschansen.