‘Ik krijg jeuk van aanbiddingsliederen’

Ik zit in de hal van een plaatselijke kerk. Mijn twee dochters hebben dit uur koor. Een van de vele koren waaruit ze konden kiezen. Want zingen over Jezus doen we graag. In evangelische gemeenten, in gereformeerde  kerken en ook in reformatorische gezindten. De een zingt wat ritmischer dan de ander, maar zingen doen we! Er zijn zelfs stromingen waarin ze één en hetzelfde liedje tot vermoeiends toe blijven herhalen totdat we wel in goddelijke trans moeten zijn. Hét moment, waarop de Geest begint te werken, zo lijkt…

Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik zelf een fanatiek zanger ben. Ja, als ik alleen in de auto zit, wil ik mijn scheur nog wel eens opentrekken. Zelfs zo nu en dan met goede gospelmuziek. En met goed bedoel ik dan muziek met pit. Waarom moet aanbiddingsmuziek toch zo vaak zo weeïg zijn…?

Maar goed…  Over smaak valt niet te twisten. Mijn soms opkomende allergie voor worship heeft dan ook een andere oorsprong. Horen wij de profeten uit het Oude Testament wel goed? Want wat kunnen zij soms tekeer gaan tegen al die vrome aanbiddingsliederen. Niet dat zij tegen de aanbidding van God zijn – integendeel! – maar omdat zij aanbidding anders zien. Amos knalt er behoorlijk in: ‘Bespaar mij het geluid van jullie liederen; de klank van jullie harpen wil ik niet horen. Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.’

Moet ik mijn kids nu dus per direct van het podium wegtrekken? Ik kijk tussendoor om het hoekje en hoor en zie ze vol passie over hun liefde voor Jezus zingen. Prachtig. En toch… Toch probeer ik hen nu al – ze zijn 8 en 6 jaar jong – bij te brengen dat ware aanbidding meer is dan mooie liedjes zingen. Ware aanbidding is er zijn voor de mensen om je heen. Dichtbij én ver weg.

Nu heb ik het geluk dat ik bij International Justice Mission (IJM) mag werken en dagelijks te maken heb met de strijd tegen onrecht. Ik heb dus geregeld de kans met mijn meiden te delen dat er kindjes zijn die niet alleen in armoede leven, maar die gedwongen worden dag in dag uit te moeten werken in steengroeven. (Dat er talloze leeftijdsgenootjes zijn die nacht in nacht uit worden verkracht in ranzige bordelen, vertel ik ze nog maar even niet). Maar wat ik hen in ieder geval probeer bij te brengen, is dat het geweldig is dat hun handjes de lucht in gaan, maar dat wij onze handen ook uit de mouwen moeten steken.

Terug naar mijn aversie tegen al dat gezing in de kerk. Nee, ik ben niet tegen het aanbidden van God. Maar ik krijg jeuk van het feit dat we de juiste balans lijken te zijn kwijtgeraakt. Mag aanbidding af en toe ook een beetje pijn doen? Niet aan onze oren, maar aan ons zijn? Zingen tot eer van God is namelijk zo gemakkelijk. Recht doen ter eer van Hem niet…

 

Beeld: Aikawa Ke