Moderne Psalmen| De Zwarte Pieten in ons onderbewustzijn

Psalm 77

 

mijn ziel laat zich niet troosten

Ik denk aan God en moet zuchten,

mijn gedachten vermoeien mijn geest

 

Deze week was het Keti Koti festival. ‘Keti Koti’, een Surinaams begrip wat staat voor ‘Verbroken Ketenen’: de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 in de toenmalige koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen. En daarmee de afsluiting van een zwarte periode in de Nederlandse geschiedenis.

 

U laat me mijn ogen niet sluiten

van onrust vind ik geen woorden

 

Alhoewel afsluiting? Oude Bijbelse verhalen spreken al over hoe generaties lang de invloed van de voorvaderen doorwerkt in de generaties. Meer dan 150 jaar later werkt ons slavernijverleden door, met de Zwarte Piet-discussie en de mogelijke dood-door-schuld van politiemensen op een Arubaanse man als meest recente uitingsvormen.

 

Meerdere artiesten riepen tijdens het Keti Koti festival op om te blijven herinneren. Om de verhalen te herhalen om zo bewustzijn te genereren. Maar wat voor een boodschap is nodig om het bewustzijn te veranderen? Uit onderzoek bleek laatst dat zelfs zwarte mensen andere zwarte mensen als minder betrouwbaar inschatten, als gevolg van een jarenlange indoctrinatie.

 

In deze context moet ik meteen denken aan de videoclip van de jaren ’90 hit Hail Hail Rock ’n Roll van de zwarte zanger Garland Jeffreys. Zowel clip als songtekst zitten boordevol verwijzingen. Naar onderdrukking en het verlangen om daaruit te ontsnappen.

 

Zou de Heer voor eeuwig verstroten,

zou hij niet langer liefhebben?

 

Jeffreys groeide op in een grillige stad waar racisme prominent aanwezig was. In de videoclip wordt dat onder meer gesymboliseerd door ‘negers’: geschminkte domme, volgzame, Zwarte Pieten met geaccentueerde grote witte lippen. ‘Big yellow taxi cab passed me by’, zingt Jeffreys verwijzend naar het lied Big yellow taxi van Joni Mitchel dat gaat over het uitkijken naar de hemel die onbereikbaar is omdat er een groot hek voor staat. Ontoegankelijk voor zwarte jongens zoals hij. Oké, het paraderen met de grote auto’s, je kleden alsof je een hoger aanzien hebt, is slechts een schertsvertoning, fluistert Jeffreys zichzelf toe, maar toch. Al die kleinigheden – die uitstralen dat je jezelf hoger acht dan de ander – gaan onder je vel zitten, nestelen zich in je onderbewustzijn.

 

Dan komt het briljante refrein. De zanger memoreert hoe het in zijn jeugd voelde, toen de haat nog niet diep in de huid gekerfd zat. Wat deed hij om te ontsnappen aan de situatie? Hij luisterde naar zijn Rock & Roll helden als Little Richard, Chuck Berry, Bo Diddley, Fats Domino. Grote artiesten, die iedereen konden laten genieten van het moment. Welke kleur je had, speelde geen rol van betekenis meer. Dankzij de muzikant had je op de dansvloer allemaal hetzelfde kippenvel.

 

Het waren muzikanten die stonden voor hoop. Die lieten zien dat je als zwart persoon wel degelijks iets kon en kunt bereiken. Die anderen inspireren. Elvis bijvoorbeeld, die – geïnspireerd door hun muziek – het rock&roll genre populair maakte bij de blanke meute.

 

Ik denk terug aan de daden van de Heer

ja, ik denk aan uw wonderen van vroeger

overweeg elk van uw werken

en houd in gedachten uw grote daden

 

Vlak voor het refrein zegt Jeffreys tegen zichzelf dat hij dacht nooit oud te worden. Jong zou hij blijven, en nog niet belast met cynisme. Uit het refrein lijkt hij hoop te putten. Helden zullen altijd blijven opstaan om de kloof te dichten, stapje voor stapje, generatie na generatie.

We hadden Martin Luther King, Jesse Jackson, Michael Jackson en we hebben Barack Obama. Ja, de boodschap moet steeds worden herhaald, opnieuw en opnieuw. Totdat de nieuwe boodschap onder onze huid gekropen is.

 

maar uw voetsporen bleven onzichtbaar