OMG wat denken christenen soms kortzichtig

Zwart en wit, zon en maan, dag en nacht, licht en donker, man en vrouw, wel en niet, goed en fout, goddelijk en menselijk; onze complexe wereld lijkt soms alleen tweedelig. Ons begrip ervan lijkt opgedeeld te zijn in twee helften die hun betekenis vinden in definitie tot de ander. Alles als duidelijk zwart en wit beeld met vlijmscherpe grenslijnen en hoeken.

Hoek: zonder ronde vormen

Rond: zonder hoeken.

Een tussenvorm ‘hoekige rondheid’ of ‘rondvormige hoek’ bestaat niet. We kunnen er niet eens bij. Ons linker- en rechterhersenhelft kunnen alleen vat krijgen op ideeën die op te delen zijn in twee helften. We zitten vast in een systeem van duaal denken.

Hoewel we in onze taal en conceptualisatie deze duale illusie in stand kunnen houden, doet de natuur niet mee. Er zit namelijk een hele schakering aan kleuren tussen zwart en wit en een heel schemergebied tussen dag en nacht. Er zijn vrouwelijke mannen en mannelijke vrouwen en wat de één goed vindt, vindt de ander fout. Er zijn paradoxen en vooral in deze postmoderne samenleving heeft alles meerdere, conflicterende kanten. We worden er ontzettend onrustig van. Ons verstand moet namelijk wel op alles vat hebben. Onze moraliteit moet, vooral in christelijke kringen, wel duidelijk blijven. Anders raken we nog van God los…

De oorsprong van het duale denken lezen we terug in Genesis. Eva wordt door de sluimerende slissen van menselijke streving en superioriteit verleid om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad.

Goed en kwaad, de meest prominente en gekoesterde tweedeling die we binnen het christelijk geloof kennen. Wat hechten we een waarde aan die morele kennis, aan ons vermogen om te weten wie goed is en wie fout is. Wie gered is en wie bekeerd moet worden. Wie God kent en wie God niet kent. Het is de kern van onze christelijke superioriteit. Hoe ironisch:

Datgene waarmee we ons apart van zonde denken te zetten, is juist datgene waarin zonde gegrond is.

Datgene waar we ons aan vasthouden uit angst om God los te laten, is juist de oorsprong van onze afstand met de Goddelijke Eenheid.

God en de eerste mens keken er namelijk naar en zagen het slecht was. De mens had nooit als God – schepper en rechter van zijn of haar eigen realiteit – moeten zijn. Hoewel namelijk alle kennis was opgedaan, was de kennis van het eigen onvermogen verloren. De mens als God, betekent de mens als onfeilbaar. Zo werd ‘zijn’ ingeruild voor ‘weten’, ‘realiteit’ voor ‘conceptie’, ‘waarheid’ voor ‘perspectief’. Geen mens die het doorhad. Opeens waren we verwijderd van het harmonieuze leven in Eden, verwijderd van God zelf.

De verbeten poging om met ons verstand een weg terug naar Eenheid en Waarheid te vinden, begon. Door nog standvastiger en blinder voor ons eigen onvermogen onze waarheid tot dé waarheid te maken. Door ons dualistische concept van de non-dualistische Schepper en Drie-eenheid God, God zelf te maken. Door zo nog stelliger God zelf te zijn.

Door veiligheid en superioriteit te creëren en te laten bevestigen in onze christelijke rol als morele rechter. Door de God die ons die rol wilde ontzeggen de autoriteit voor ons gelijk te maken. Door, kortom, juist alles te doen wat ons van Eenheid verwijderd heeft. Oh christelijk denken, wat ben je toch kortzichtig.

 

Beeld: Elizabeth Lies