Wat zegt Jezus bij een kop koffie?

Ik ben vooral aan het luisteren, deze ochtend in het lokale café. Daar zit ik één vrijdagochtend in de maand met wie maar bij me wil aanschuiven om te praten over zingeving.

Vol overtuiging
Degene die vanochtend tegenover mij zit, heeft me opgezocht om te vertellen over haar zoektocht naar spiritualiteit. Die zoektocht leidt zeker níet het naar het christendom. Ze heeft een verleden in een kerk van regels en hypocrisie, dat ze achter zich wil laten. Eerder deze week had ik aan mijn keukentafel ook zo’n gesprek, waarin ik vooral luisterde. Toen vertelde mijn gesprekspartner dat ze eigenlijk niet wil kiezen voor één bepaalde religie. Hier in het café hoor ik bij een kop koffie een verhaal vol vuur en overtuiging aan over het hindoeïsme.

Ruimte geven
Ik luister en worstel tegelijkertijd met de vraag: Wat zou Jezus doen? Aan de ene kant merk ik – aangestoken door Hem – dat mijn behoefte om te overtuigen steeds meer wordt vervangen door het ruimte geven aan de ander en luisteren. Aan de andere kant vraag ik me af waar de trouw blijft aan wat ik geloof… Getuig ik wel van Degene die mij draagt, als ik afwacht tot ernaar gevraagd wordt?

De ware
Soms voelt het alsof alle ruimte die ik maak voor de ander mezelf doet verdwijnen. Ik word kleiner. Maak ik de God die ik zelf zoek daarmee ook kleiner? Het lukt mij nauwelijks om uit te dragen dat Degene die ik liefheb, met vallen en opstaan, ook voor die ander dé ware is. Ik weet dat gewoon niet. Steeds overheerst het gevoel dat ik daarvoor nog niet lang genoeg heb geluisterd.

Betere dingen
Jezus draagt zijn leerlingen op om verder te trekken als er geen gehoor is voor hun verhaal (in Marcus 6, vers 10 bijvoorbeeld). Is het mijn missie om te luisteren naar wie me opzoekt met hun verhaal, of wordt er van mij een duidelijker verhaal verwacht? Ik kom al luisterend niet verder dan stamelen… Is een open hart bij een kop koffie voldoende? Of heb ik ‘betere dingen’ te doen? Wat zou Jezus doen?