Blogje voor mijn jobsvriendin

Ik weet de datum nog, 6 december 2014. De locatie ook, verdwaald in de Albert Heijn in het dorp van mijn jeugd. De winkel was verbouwd, in één van de jaren tussen mijn huwelijk en mijn echtscheiding. Ik wilde niet in dat dorp wonen en ik wilde niet in dat winkelcentrum lopen om boodschappen te doen voor het Sinterklaasfeest dat ik voor het eerst en hopelijk laatst in mijn leven niet wilde vieren.

Ik wilde jou ook niet tegenkomen, toen je daar inkopen deed voor het Heerlijk Avondje, of gewoon een netje sinaasappels voor een zieke vriendin haalde (want zo ben je ook wel weer). Ik wilde je niet tegenkomen toen ik letterlijk ternauwernood staande kon blijven en er net op dat moment vijf, zes vrienden niet online beschikbaar waren. Ik wilde jou niet tegenkomen, maar had ook weer niet kunnen bedenken dat ik nu, in augustus 2015, om 3 uur ’s nachts uit bed zou komen om dit blog te typen over onze ontmoeting.

Jobsvriend

Het Bijbelboek Job vertelt over een man die alles verliest wat hem lief is. Zijn vrienden zwijgen eerst zeven dagen en huilen met hem mee, maar maken dan de fout om te gaan preken. Dat Job het wel verdiend zal hebben, dat God zondaars straft enzo. Luchtledig gezwets, zij het buitengewoon eloquent en poëtisch.

Had jij maar gezwegen, of was je maar eloquent geweest, op 6 december 2014. Maar je vroeg me hoe het ging en terwijl ik alle energie stopte in mijn beste glimlach en een zinnetje over ‘hard werken om te overleven’ was jouw repliek onovertroffen a-poëtisch en theologisch nog zwakker dan de redeneringen van de Jobsvrienden:

Ja, ik geloof toch… dat God er iets beters mee van plan is voor je.

Zwijg me toch van Gods goede ideeën

Lieve H, ik kon je toen wel schieten. Dat was ook logisch, in die staat. Dit blog schrijf ik echter terwijl ik me beter voel dan ik op 6 december 2014 had durven hopen – vanuit dezelfde woede om dat moment. God een beter plan ja? Een veilige gok om tegen een gezonde kinderloze van 26 te zeggen na zijn scheiding. Dat komt wel weer goed.

Maar wat kocht ik daar toen voor? Ik wilde een arm om mij heen, erkenning van het leed dat jij blijkbaar niet in je geloofswereldje kwijt kon. Veel belangrijker nog: het kómt niet altijd goed. Verlies is geen vermomd evangelie, lijden is geen hobbeltje op de weg naar een prachtleven. Vaak is shit gewoon shit en blijft het shit, God of geen God. 

Liever geen vriend dan een Jobsvriend

Leer hiervan, van 6 december 2014, want er bestaan op deze wereld doodlopende wegen die géén Goddelijke route binnendoor zijn. Er bestaat ellende die geen incognito zegen kan heten.

Leer hiervan, van 6 december 2014 – dat je zwijgt met de lijdenden. Op z’n hoogst een verbaal of fysiek mee-lijden. Of een netje sinaasappels, want zo, dat weet ik, ben je ook wel weer.

Dan hoop ik er bij onze volgende ontmoeting breed grijnzend van levensgeluk bij te lopen. Misschien kan er, in een vrome of euforische bui, nog een ‘Goddankje’ af. Maar nooit, nooit, nooit zal ik jou gelijk geven in wat jij op 6 december 2014 tegen mij hebt gezegd.