Poëzie van Rikkert | Kain

Die fijnbesnaarde herder was mijn broer,
die blijkbaar een wit voetje had daarboven
en minzaam neerkeek op mijn korenschoven en ook op mij, een botte stoppelboer.

Ik vloekte wild, de akker kleurde rood
en sinds die dag ben ik gedoemd te zwerven,
een teken aan mijn huid, mijn hoofd aan scherven.
Ik ben er nog. Geen vreemde die mij doodt.

Waar heeft een mens zo’n voorrecht aan verdiend
– alsof zijn dode broer hem blijft behoeden –
die krimpt van spijt, die naamloos, nietsontziend

steeds verder wegvlucht? Vuil ben ik, melaats.
Waar ik ook kom zie ik de akkers bloeden
alsof hij is gestorven in mijn plaats.

 


Met toestemming van de uitgever overgenomen uit de bundel ‘Adam zaait radijzen’ van Rikkert Zuiderveld, uitgeverij Brandaan, €13,50