Weg met alle christelijke moraalridders

Ik vind het een van de mooiste verhalen uit de Bijbel: Jezus en de vrouw die overspel gepleegd heeft. (Johannes 8) Hij behoedt haar voor een wrede steniging door tegen de veroordelende menigte te zeggen: ‘Wie van jullie zonder zonden is, mag de eerste steen werpen.’ Niemand die vervolgens ook maar iets durft te doen. ‘Dan veroordeel ik je ook niet’, voegt Hij er nog even aan toe.

Wijzende vinger
Als je bent opgegroeid in een klein dorp zoals ik, dan weet je dat veroordeling van anderen een dagbesteding is voor sommige mensen. Wijk je af van de heersende ideeën over goed en fout dan worden de ogen van de mensen op je gericht. Door hun wijzende vinger word je gekleineerd, met woorden word je gestenigd.

Vooral christenen kunnen er wat van, helaas. En ik merk zelf ook hoe makkelijk het is om iemand even met het label ‘fout’ te bestempelen. Hoe meer regels we aan de Bijbel menen te kunnen ontlenen, des te groter behoefte aan veroordeling, lijkt het. Onder het mom van Ik heb het beste met je voor, dus ik mag, nee móet je daarop wijzen of Onze samenleving schreeuwt om moraal vinden sommigen dat alles maar gespuid mag worden. Op de sociale media veranderen de zachtaardigste, christelijke huismoeders in keiharde anti-islamstrijders of homohaters. In de strijd voor het goede, zijn alle wapens geoorloofd. Hoe hard je er de ander ook mee kwetst.

Gefrustreerd
‘Moraal is meestal niet meer dan een excuus voor agressie’, schreef Arnon Grunberg vorig jaar in zijn Voetnoot in de Volkskrant. Ik denk dat daar veel waarheid in zit. In hoeverre misbruiken wij mensen, christen of niet, de moraal om onze eigen (verborgen) frustraties te kunnen uiten? Hebben we de ander echt op het oog als we dat in de vorm van veroordeling uiten? Of gaat het uiteindelijk gewoon om onszelf? Hoe harder we roepen, des te groter ons eigen gelijk… Des te comfortabeler wij kunnen leven in onze zelfgeschapen bubbel van rechtvaardigheid.

Om de oren slaan
De Amerikaanse dominee E. Dewey Smith hield het zijn gemeente even in niet mis te verstane bewoordingen voor, in het kader van de openstelling van het homohuwelijk in Amerika. ‘We kiezen zo willekeurig uit de Bijbel wat we nodig hebben om anderen mee om hun oren te slaan. Daarbij vergeten we naar onszelf te kijken. (…) Je kunt niet beledigen en inspireren tegelijkertijd (…) Zeg daarom tegen je buurman: ik wil je niet veroordelen, ik wil alleen maar Jezus laten zien.’

Jezus, die een steniging stopt. De perfecte mens die imperfectie niet veroordeelt. Die onvoorwaardelijk liefheeft, opkomt voor recht, omziet naar het zwakke. Die strijdt zonder wapens of veroordeling. Als we iets nodig hebben in deze a-moralistische wereld is het de boodschap van Jezus en de ongelofelijke genade die daarvan uitgaat. Hear, hear, pastor Dewey Smith!