De grote boze wolf van onzekerheid

CHRIST·EN (de; m; meervoud: broeders en zusters): paranoïde biggetje

Pas als onze sprookjesboeken stof vergaren in een oud krat met jeugdsentiment beseffen we dat sprookjes en fabels eeuwenoude spiegels zijn die ons iets over het mens-zijn voorhouden. Zo ook het sprookje van de drie biggetjes: het laat ons zien hoe wij mensen met angst omgaan.

Wij zijn de biggetjes.

De Grote Boze Wolf is waar wij bang voor zijn en waar we ons tegen willen beschermen.

Het stenen huisje is de (succesvolle) manier waarop we dit doen.

We creëren huisjes van zekerheid die we steen voor steen zelf opbouwen. In de psychologie wordt dit een verdedigingsmechanisme genoemd. Vroeger, toen we nog rondliepen in berenvellen, waren er echte wolven en moesten we ons echt verstoppen in grotten. Maar nu zit het gevaar vooral in ons hoofd. We zijn net paranoïde biggetjes. We doen wat we kunnen om een gevoel van zekerheid te creëren.

Als er íets is waar we ons tegen willen beschermen, dan is het wel de Grote Boze Wolf van Onzekerheid.

Paniek
Zelfs in het Oude Testament zie je het biggetjesgedrag terug. Onder de brandende zon smolten de dagen zich aaneen voor het Israëlische volk. Gelukkig was daar Mozes, hun bevrijder en leider. Hij was hun wandelende oase van zekerheid. Maar opeens verlaat Mozes hen, omdat hij een-op-een-tijd met God wil doorbrengen op de berg Sinaï. De paniek slaat toe. Na zijn vertrek komt de ‘Grote Boze Wolf van Onzekerheid’ meteen tevoorschijn. Om uit deze zenuwslopende situatie te komen smelten ze hun kostbare bezittingen om tot een gouden kalf. Ze noemen dit god en bouwen hun zekerheid hierop. Alles wat de mysterieuze God ooit voor hen gedaan had, schrijven ze nu toe aan het kalf. God is weer in hun midden, tastbaar en duidelijk omlijnd. Gevoelens van twijfel en onzekerheid worden zo bezworen.

Afgodsbeelden
Met onze kinderbijbels nog in het achterhoofd denken we het moraal van het verhaal te kennen: ‘Aaahh, je mag geen afgodsbeelden voor God aanzie-ien. Ik ga het vertellen hoor!’ We wapperen nog net niet afkeurend met onze vinger naar de bijbelprenten. Als we het verhaal lezen, distantiëren we ons ervan, want afgoden vereren doen we natuurlijk niet meer…

Zekerheid
Het gouden kalf was alleen niet de laatste keer dat mensen zekerheid zochten in een gekunstelde veiligheid. Sterker nog, wij gelovigen zijn hier erg goed in. Als je kijkt naar veel christenen lijkt zekerheid centraal te staan. Je hoort nooit iemand zeggen:

‘Ik denk dat God goed is.’

of

‘Hoewel ik het niet zeker weet, vertrouw ik erop dat Jezus leeft.’

Nee, we zeggen met stelligheid ‘God is goed!’ en ‘Jezus leeft!’ We denken zekerheid te hebben in ons geloof, terwijl, als er íets geen zekerheid geeft het wel geloven is…

Wordt vervolgd…

 


[Omvergeblazen] van Katie Vlaardingerbroek verschijnt deze maand bij Buijten en Schipperheijn B.V.