Geloven maakt me sceptischer

Er wordt voortdurend van alles aan me verkocht. Een voorzichtige schatting stelt dat we in Nederland dagelijks 310 reclame-uitingen zien. Dat is nog los van de vele merken, logo’s en verpakkingen. En daarnaast verkopen ook mensen je van alles: hun ideeën, hun verhalen, hun belangen.

Als een vriend aandacht en tijd van me wil – fantastisch. Een ijscowagen die nét langskomt als ik dorst heb – heerlijk. Maar zodra de verkoper en ik elkaar minder kennen, wordt het steeds minder waarschijnlijk dat ik ook echt krijg wat me wordt beloofd. Het enige wat de verkoper hoeft te doen is zijn product lang genoeg aantrekkelijk te laten lijken.

En daar wordt marketing theologie. Wil een product succesvol worden, moet het suggereren iets ultiems te bieden. Het paradijs als je Coca-Cola drinkt. Het hoogste geluk als je in een Porsche rijdt. De hemel als je Calvin Klein gebruikt. En ‘iets ultiems’, dat is mijn vak, dat is het terrein van de theologie.

De God van de Israëlieten en de God van Jezus hebben we in Nederland buiten boord gezet, maar religieus zijn we door en door. Reclamemakers zijn de nieuwe dominees. Winkelcentra de nieuwe kathedralen. Commercials de nieuwe evangelies.

Geloven traint me erin dat te herkennen. Het Oude Testament is een lange kritiek op de goden. Het is een uitvoerige ontmaskering van marketing. Nee, van de Baäl word je niet echt vruchtbaar. Nee, Astarte geeft je niet werkelijk plezier. Nee, Moloch maakt alleen maar kapot. Doordat ik een God ‘heb’, herken ik preciezer waar anderen mij een god proberen aan te smeren en religieuze beloftes doen.

De vraag wordt natuurlijk waarom ik dan niet net nog een stapje verder ben gegaan en ook de laatste God overboord heb gezet. Het antwoord is dat als je de laatste God doodt, de andere goden weer opstaan.

Mensen houden nu eenmaal hun verlangens, vervulling zal altijd worden verkocht. We zijn door en door gevoelig voor ‘iets ultiems’. Hoe sceptisch we ook proberen te zijn, we zullen er altijd weer voor vallen. We hebben sowieso een of andere god, iets wat ons diep motiveert en waar we het uiteindelijk van verwachten.

Als ik dan toch een god heb, dan liever een God. Ik geloof in God om me te ontlasten van de goden.