God heeft geen grip op ons #ProfetenPorno

Juist als theoloog is het je taak om de Bijbelteksten te tackelen waar geen christen raad mee weet. De canon bestaat uit tientallen boeken waarbinnen veel gelovigen weer hun eigen canon hebben. Vaak van teksten die lief, fijn en warm zijn, over God die van ons houdt. Ik wil in een nieuwe blogserie de Hebreeuwse profeten aanpakken – de boeken die we overslaan wegens wreed, ziek en eng.

Laten we deze #ProfetenPorno serie beginnen met Hosea. Deze profeet staat bekend om het feit dat hij van God met een sekswerker hoer moet trouwen. Ze baart kinderen, God weet van wie, en elke keer dat Hosea pijn lijdt om haar overspel staat hij symbool voor Gods pijn om het feit dat zijn eigen volk hem niet meer volgt.

Machteloze pijn en liefdesverdriet
Zo schreeuwt Hosea het uit, onmachtig gekrenkt als hij zich voelt:

Daarom zal ik haar met een doornhaag de weg versperren, met een muur zal ik haar insluiten, zodat ze niet meer op pad kan gaan. Als ze dan achter haar minnaars aan wil gaan kan ze hen niet bereiken; ze zoekt maar kan hen niet vinden. Dan zal ze zeggen: ‘Ik ga terug naar mijn eigen man, want toen had ik het beter dan nu.’

Ja, Hosea weet zeker dat hij de ware is voor zijn vrouw, zoals God zeker weet dat hij de Ware is voor ons mensen. Maar ze luisteren niet, ze dwalen af en zoeken het elders zoals Hosea’s vrouw steeds weer grotere goden opzoekt dan hem wiens trouwring zij om haar vinger heeft.

De valse hoop
In de tijd en plaats van Hosea werkte het op een godgeklaagd ouderwetse manier, en Hosea sloot zijn vrouw op:

Ik zei tegen haar: ‘Je zult geruime tijd in huis moeten blijven, je zult geen overspel kunnen plegen en je met geen man inlaten. Ook ik zal niet met je slapen.’

Hosea en God weten zeker dat het weer goed zal komen:

Daarom zal ik haar meelokken naar de woestijn en dan tot haar hart spreken. En zij zal mijn liefde beantwoorden als in de tijd van haar jeugd, als op de dag dat ze wegtrok uit Egypte. Dan, op die dag – spreekt de HEER –, zul je zeggen: ‘Jij bent mijn man,’ en daarbij is geen wanklank meer te horen.

In echte liefde is geen dwang
Ooit, toen ik een heel andere, veel mildere variant van Hosea’s pijn voelde, wist ik dat in echte liefde geen dwang is. Dat echte liefde soms is: je lief laten gaan. Dat het niet altijd goed kan komen, dat verbondenheid per definitie iets vrijwilligs van twee kanten is.

De pijn van Hosea mag er zijn, is er nog dagelijks, maar we gaan er tegenwoordig Goddank anders mee om. Voor God geldt hetzelfde: de mensen bleven hem verlaten, generatie na generatie. En zo schrijf ik nu vanuit een seculier Nederland anno 2015: God moet zijn lief vrij laten gaan. Er is geen opsluiting, geen dwang meer, alleen de weerloze Almachtige die dag in dag uit nog hoopt dat wij weer zullen zeggen: ‘You’re the man’ – en dat zonder wanklank of reserves.

Open einde
Zullen we een goede ex zijn voor God? Zijn we getraumatiseerde overspeligen die hem verlieten voor een reeks vruchteloze dwalingen? Zal zijn overmacht ons toch terugwinnen of zullen we een zelfstandig leven opbouwen zonder onze voormalige hemelse echtgenoot? De geschiedenis moet het leren, en Hosea’s boek kent vooralsnog een open einde.