Poëzie van Rikkert | Een lam dat deze last kan dragen

Er wordt alleen gezegd dat je moet reizen
en niet waar je dan aankomt en wanneer.
Het is zover. Geen hond ziet mij ooit weer
in deze stad vol zelfbenoemde wijzen.

Bloedheet besluit ik (geef je alles op
voor alles waar je ziel naar dorst en hongert,
je rustbed, de veranda en de bongerd
met blozend fruit?). Nu brandt mijn oude kop

in ongenadig licht. Alleen woestijn,
braakliggend land. En in de verte: water,
de jonge sla, radijzen, marjolein

en kruizemunt. Geef hier die tamboerijn
en laat me zingen hoe je los kunt laten,
van wie ik was, ik ben en ik zal zijn.

Het is weer lammertijd. Het jongvee blaat
en springt en dartelt, zinderend van leven.
Zo ook de zoon die U mij hebt gegeven:
hij rent, zich niet bewust van enig kwaad,

met op zijn rug een stapel takkenbossen
gehoorzaam naar de berg die ik hem wijs.
Maar waarom hij? Of ik? En welke prijs,
welk offer is genoeg om te verlossen?

Bloed moet er vloeien, zoveel is wel zeker,
maar niet mijn jongen. Laat toch deze beker
aan mij voorbijgaan. Doods en doodsbenauwd

buig ik mijn kop, durf bijna niet te vragen:
zoek toch een lam dat deze last kan dragen,
geen vader legt zijn zoon ooit op het hout.

 


 

Met toestemming van de uitgever overgenomen uit de bundel ‘Adam zaait radijzen’ van Rikkert Zuiderveld, uitgeverij Brandaan, €13,50